Wat wil jij weten?

Mijn hemel, drie maanden behoorlijk depressief geweest 😦 Nu zie ik gelukkig al weer ruim twee weken het levenslicht. Ik wilde nooit meer bloggen, nooit meer! Zoals ik niks meer wilde. Wat ben ik blij dat ik weer inspiratie en energie heb. De drie maanden duurde gevoelsmatig een jaar, maar het is voorbij. Heel fijn, want de wanhoop groeide en ik heb wel eens veel langer in een depressie gezeten. Dan voel ik me met niets of niemand verbonden, maar nu heb ik weer zin om contact te maken.

Er waait een frisse wind door mijn hoofd. Niet door mijn lijf, want ik was eerst een week goed beroerd van het afbouwen van antidepressiva (werd er een zombie van dus ik stopte) en het opbouwen van antipsychotica (voor onrust, overprikkeling) en heb nu een griepje te pakken. Zwetend en snotterend schrijf ik dit. De wisseling van stemming brengt nogal wat teweeg in mijn lijf (en andersom)

Eigenlijk wil ik starten met een vragenrubriek. Ik dacht, laat ik eens niet vertrekken vanuit mijn eigen hoofd. Ik wil graag weten wat jij wilt weten. Wist je trouwens dat egocentrisme heel iets anders is dan egoïsme? De eerste komt misschien ietsje vaker voor bij autisme. Je bekijkt de wereld dan vanuit jezelf en het vraagt wat meer energie en besef om de wereld vanuit iemand anders ogen te bekijken. Dat is geen onwil en wil ook niet zeggen dat je het niet kan. Ik denk dat het jezelf centraal stellen soms een manier is om te overleven ten tijde van overprikkeling of heftige emoties. Egoïsme daarentegen is een vervelende karaktereigenschap waarbij je je eigen belang bovenop die van anderen stelt.

Omdat ik mezelf minder centraal wil stellen en nieuwsgierig ben naar waar jullie over willen lezen, hoop ik vragen te krijgen over autisme. Dat kan heel breed zijn, zoals wat autisme in het algemeen is of heel specifiek over een klein onderdeel ervan. Ik weet ook wel het een en ander over andere diagnoses en veel verschillende therapieën. Je kan een persoonlijke of algemene vraag stellen. Het antwoord verwerk ik dan in een blog. Stuur me een berichtje via het contactformulier of reageer hieronder. Durf te vragen! Je blijft anoniem bij dus durf ook kwetsbare onderwerpen aan te snijden.

Wat wil jij weten?

Advertenties
Anders zijn

(Zelf)stigma, stereotypes, vooroordelen enzo

‘Stel je niet aan, autisme is een modeziekte.’

‘Ik zie anders niks aan je.’

Opmerking als deze steken, zeker als je onzeker en gevoelig bent. Mensen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben soms de neiging om gelijk na hun autisme-diagnose te strijden voor algemene acceptatie en begrip. Belangrijker is het om eerst jezelf te leren kennen en authentiek te gaan durven zijn zoals deze vogel.

Natuurlijk ervaar je daarbij het liefst acceptatie van mensen uit de directe omgeving en uit de samenleving. Onbegrip kan je onzeker maken en de neiging bestaat soms om je te verantwoorden of autisme in 123 uit te leggen. Dit kan voelen alsof je een dubbele strijd voert; proces van zelfacceptatie en acceptatie willen van anderen.

In de praktijk is er nu eenmaal veel weerstand tegen ‘anders’ zijn. Denk aan de scepsis tegenover de inzet van ervaringsdeskundigen die er nog steeds in sommige instellingen is. Iemand die kwetsbaar is, kan meer niet dan wel, valt vast en zeker snel uit of is nooit genoeg hersteld om te werken.

Is dit nu stigma, een vooroordeel of discriminatie? Er zijn nogal wat verwarrende begrippen dus raadpleeg ik even Wikipedia.

  • Taboe: iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken.
    • Zo is het vandaag de dag nog steeds geaccepteerder om te praten over fysieke aandoeningen zoals een gebroken been, dan over psychische aandoeningen.
  • Stigmatiseren: een groep personen een negatief label geven op basis van gemeenschappelijke, afwijkende kenmerken.
    • Zo kan je denken dat autisten saai zijn, omdat autisten maar één interesse hebben, waardoor je contact met alle mensen met autisme uit de weg gaat.
  • Zelf-stigma: negatieve oordelen van anderen toepassen op jezelf waardoor je je minderwaardig voelt. (Test of jij aan zelf-stigma doet.)
    • Als je na een paar afgewezen sollicitaties alleen maar denkt aan je zwakke punten, zoals niet flexibel zijn, en niet aan je sterke kanten, zoals altijd je afspraken nakomen.
  •  Self-fulfilling prophecy: je doet een negatieve voorspelling. Door die negatieve focus, komt de voorspelling juist uit.
    • Je hebt je bijvoorbeeld al vaak een buitenbeentje gevoeld. Als je met nieuwe mensen in aanraking komt, denk je dat ze niet op je zitten te wachten. Je gaat contact uit de weg, vindt geen aansluiting en voelt je een… buitenbeentje.
  • Stereotype: een vastliggend overdreven beeld of karakterisering van een groep mensen dat vaak niet (volledig) overeenkomt met de werkelijkheid.
    • Bij autisme is dat bijvoorbeeld dat mensen niet sociaal zijn. Ze willen geen relatie en hebben amper vriendschappen en voelen zich toch niet eenzaam.
  • Vooroordeel: een mening die niet op feiten is gebaseerd en die vaak een generalisering is.
    • Je hebt nog nooit iemand met autisme gezien en er nooit over gelezen, maar zegt soms wel dat iets ‘typisch autistisch’ is.
  • Discriminatie: mensen ten onrechte anders behandelen en ten nadele van die mensen.
    • Een onderwijsinstelling kan bijvoorbeeld iemand uitsluiten van het volgen van een sociale opleiding enkel en alleen omdat hij een diagnose autisme heeft.
  • Pesten: iemand, die vaak op een bepaalde manier afwijkt, bejegenen op manieren die leiden tot fysieke verwonding en/of psychisch lijden.
    • Bijvoorbeeld een bepaald klasgenootje compleet negeren.

Dit zijn alledaagse fenomenen. Mensen versimpelen de werkelijkheid en dat maakt de wereld lekker behapbaar. Het geeft een gevoel van controle als je dingen kent. Stel je je basale kennis niet bij als je nieuwe informatie krijgt en ga je over tot actie, zoals iemand kwetsen, dan zijn vooroordelen schadelijk voor de ander. Je gaat anders met mensen om of vermijdt ze helemaal, waardoor mensen zich minderwaardig kunnen voelen. So, don’t be a bitch 😉

Bij psychische problemen zie je dat mensen geen of te laat sociale steun zoeken in hun omgeving en geen professionele hulp inschakelen. Ze kunnen geïsoleerd raken omdat ze zich niet meer op hun gemak voelen bij mensen die geen psychische problemen hebben (of die ze ook verbergen).

Open zijn vraagt nogal wat van iemand met een psychische aandoening. Als je toch open bent en er geen interesse of begrip is, kan het fijn zijn om te begrijpen waarom dat is. Dan vat je het vaak al minder persoonlijk op.

Zo staan er op internet bij artikelen over de bijstand altijd rottige reacties met woorden als ‘lui’. Ik kan daar boos of verdrietig om worden, maar weet ook dat het niks over mij zegt. Die persoon vindt zijn werk niet leuk, mist erkenning, weet niet wat het is om autisme te hebben, zeurt gewoon graag o.i.d.

Qua autisme probeer ik me steeds minder druk te maken over wat anderen ervan vinden als ik zeg dat ik een diagnose heb. Je kunt het niet aan me zien als je me niet heel vaak hoort of ziet, dus vind ik het menselijk als men verbaasd is. Het gaat erom dat je toch open staat voor elkaar, in gesprek gaat en luistert. Dat kan en hoeft niet met iedereen.

Het is een aanrader voor je herstel om af en toe open te zijn tegen bepaalde mensen. Voor mij hielp dat in de zin van er ‘mogen zijn’ met mijn autisme en alles wat daarbij komt. Het kan bevrijden en helpen bij bestaansrecht voelen. En ik merk dat ik veel meer ‘ik’ ben en juist minder een ‘diagnose‘ of een ‘probleem’ als de spanning weg is van het ‘normaal’ willen zijn.

Los van een diagnose hebben of niet, durf je eigen gekke mooie vogeltje te zijn en fladder. :p Voor inspiratie kun je de docu kijken over mensen die zich niet vrouw of man voelen.

Koekjes

Vrouwen en eten, zucht..

Voor 300 kilocalorieën eet ik in een paar minuten de ‘restant’ koekjes van het rode schoteltje. Twee tantes en een oom zijn net op bezoek geweest en nu is het tussendoortjestijd voor mij. Ze hadden mijn nieuwe woning nog niet gezien. Als ze weg zijn eet ik de koekjes die nog op het schoteltje lagen. Dan hoef ik ze mooi niet meer op te ruimen. Niet goed vanwege de hoeveelheid suiker, maar ik heb een grote maag. En, ik ben slank. Mijn BMI leunt tegen te 20.

Ik schreef al eens over mijn verhouding tot eten. Ik zou het het liefst de hele dag doen, dus hou ik mezelf onder controle met allerlei regels rondom tijden, aantallen, calorieën en voedingsstoffen. Eten is gekoppeld aan een schuldgevoel, want ik doe het voor mezelf, het kost geld en ik denk aan de mensen die minder willen of kunnen eten dan ik. Vandaar ook dat vrouwen graag foto’s delen van wat ze eten, denk ik. Even geruststelling vragen of tonen dat je echt wel eet en geniet. Het is ook een soort toestemming voor de ander die dan ook chocola pakt, want het is blijkbaar ‘normaal’.

Andersom voel ik me onzeker als iemand weinig eet, zoals Fitgirl Fajah Lourens. Of ik zie een eetdagboek in de Viva en tel nog geen 1500 calorieën voor een hele dag. Of vermeldt ze stiekem niet alles?? Ik kan me ook druk maken als iemand te veel of te ongezonde dingen eet. Niet mijn pakkie aan wat een ander eet, maar mijn moedergevoelens spelen op (echo uit het verleden: ‘je bent mijn moeder niet’). Sorry.

Ik eet trouwens vegan, like Lisa. Om nog even een misverstand uit de wereld te helpen; veganisme heeft helemaal niets met psychische problemen te maken zoals een eet- of persoonlijkheidsstoornis. Toen ik net vegan was, had ik soms het gevoel dat het werd gezien als weer één van mijn rare fratsen, maar veganisme is juist een hele gezonde ontwikkeling voor mij (en de dieren en de aarde). Ik doe wat ik ethisch het juiste vind, i.p.v. mee te gaan met de meute omdat ik zo graag wil dat mensen mij niet lastig vinden.

Vegan eten is overigens totaal niet beperkend. Het lijkt alleen zo als je non-vegan bent, omdat je dan van alles ‘moet’ weglaten. Je eet anders, maar niet minder, dus wees gerust. De reden is ethisch, maar bijkomend voordeel is dat plantaardig eten gezonder is (als je genoeg en gevarieerd eet).

Hier mijn eetdagboek met calorieën tussen de haakjes (is geen advies om zelf te gaan tellen overigens, maar ik ben een getallennerd):

  • 8:00 Verschillende granen, gedroogd fruit, noten met plantaardige melk of yoghurt (400/500)
  • 10:30 Tussendoortje en twee cappuccino met rietsuiker of agavesiroop (400)
  • 13:00 3 Volkoren/spelt boterhammen of 2 bruine harde broodjes met hoemoes, vegan kaas, sla, guacamole, visvrije pesto, pindakaas, jam, … (300-500)
  • 15:30 Tussendoortje (200)
  • 18:00 Couscous/aardappels/quinoa/rijst/wraps/pasta/pizza/rösti/…, veel groente, vegakip/tofu/peulvruchten/vegaburger/…, kruiden, specerijen, olijf- of kokosolie en rode saus (500)
  • 20:30 Tussendoortje en sapje/fris/vegan choco (400)

Een tussendoortje kan van alles zijn, hier wat voorbeelden:

  • Een banaan en een appel of ander fruit
  • Twee verpakte koeken (zoals van Bolletje Goedbezig of mueslirepen)
  • Popcorn, zoute sticks o.i.d. (flink wat handjes)
  • Peperkoek met plantaardige boter
  • Crackers/rijstwafels met iets erop (maar wat niet al op mijn brood zat)
  • Studentenhaver
  • Pure chocola (liefst met noten)
  • Soepje
  • Rauwkost met hoemoes

Omdat ik vaste eettijden heb en daartussenin niet eet, dus ‘nee’ zeg als iemand mij iets aanbiedt, denkt de aanbieder weleens dat ik niet of weinig eet. Daar kan ik me dan druk over maken, maar ik wijk gewoon niet af mijn routine. Hoeveel mensen ook anders gehoopt hebben… Hoe vaak ik in mijn leven al wel niet: ‘nee dankje’ heb gezegd. Veel mensen accepteren het gelukkig en houden rekening met mij. Waardoor ik gelukkig ook buiten de deur kan eten met iemand saampjes.

Overigens merk ik, dat ik af en toe wel flexibel kan zijn. Flexibel voor mijn doen dan, niet voor een ander. Bijvoorbeeld een tussendoortje een klein half uurtje later nemen of een keer een kopje extra koffie (want te veel cafeïne kan ik vast niet aaaannnn). De vele regels maken wel dat ik in mijn hoofd altijd met eten bezig ben en dat is vermoeiend.

Neem nou kauwgom:

  • Het moeten er drie zijn (dan hoef ik niet meer na te denken over hoeveel, maar ik kan nooit een kauwgom van iemand anders aannemen, want om er nou meteen drie te vragen…)
  • Ik kauw nooit los, maar de kauwgom eet ik voor of na een maaltijd of tussendoortje (want anders is het een apart eetmoment). Dat betekent meteen na de laatste kruimel een kauwgom in mijn mond doen.
  • Symmetrisch kauwen, dus kauwgom 1 ‘open’ ik met links, kauwgom 2 met rechts en kauwgom 3 door de helft en dan links en rechts een helft leggen. Volg je het nog? Verder moet ik dan steeds links en recht een stuk kauwgom hebben tot de smaak eruit is en ik hem weggooi.
  • Suikervrij uiteraard of ik moet de calorieën meewegen in mijn dagberekening

Get a life, zou je misschien denken :s Ik heb houvast en structuur nodig vanwege autisme, maar manman, je kan ook doorslaan. Dus ik verbruik veel energie; fysiek en mentaal. Elk nadeel heb zijn voordeel, want ik kan eten zonder aan te komen.

Ik beweeg tegenwoordig voor mijn doen best veel. Ik heb zelfs een abonnement op de sportschool en ga ook graag (wat ik iedere keer een wonder vind). Voor de bezorgde mensen onder ons, ik zal wat extra’s eten op de dagen dat ik sport (ja, er zijn plantaardige eiwitten).

Nou word ik dit jaar 30. Mijn ultieme doel in mijn leven is meer rust, acceptatie en tevredenheid in/over mezelf. Als je ouder wordt, heb je minder voedingsstoffen nodig omdat je minder actief bent en niet meer groeit. Als dat bij mij ook zo gaat zijn en ik word meer zen, zal ik misschien ook wat aankomen of minder moeten eten.

De kunst blijft om ‘op maat’ te eten, zoals zorg ook op maat moet zijn. Het ene lichaam is het andere niet, maar o, o, vrouwen en vergelijken… :s Bij vrouwen met autisme is er vaak nog meer moeite met intuïtie en het in je lijf zitten waardoor je ernaar kan luisteren. Ook door onzekerheid door het vele vastlopen in het leven, ga je zoeken naar ‘wat goed is’ en pas je je aan. Je wil erbij horen.

Gelukkig luister ik steeds beter naar mezelf. Ik ben blij da ik een gezonde eetlust hebt. Nu wens ik nog een sausje van ontspanning. Bestaat de combi ‘eten + zorgeloos’ überhaupt wel?

Even parkeren, dat hoofd

3 controledwang.JPG

Ik woon sinds december in een maisonnettewoning. Steeds als ik thuiskom, controleer ik of ik wel naar de juiste voordeur loop. Ik ben bang de verkeerde deur te pakken en dat dan ‘alle’ buren dat zien. Er zal een anekdote ontstaan die de rest van mijn verblijf hier aan me plakt.

Mijn parkeerplek durfde ik de eerst weken niet te gebruiken. Het nummer is anders dan mijn huisnummer en dat geeft verwarring. Tot het moment dat er een briefje aan mijn fiets hing dat ik mijn fiets niet mocht zetten waar hij stond, want de beugel was van hun! Er ging een angstgolf door mijn lijf en als ik niet buitenshuis was, hadden er tranen gevloeid.

Later deelde ik deze ervaring met vriendlief, papa die kwam klussen en mijn begeleidster; geïrriteerd en mezelf verdedigend. Hoe kan ik dat nou weten? Misschien liegt die persoon wel? Wat denk jij ervan? Pff, zoiets kost me zoveel energie. 

Sindsdien zet ik mijn fiets op de parkeerplek (die ik verplicht huur, omdat hij bij mijn woning hoort). De eerste keer nadat ik dat had gedaan, ging het meteen mis. Mijn fiets was verplaatst en er stond nu een auto. Onee, ik heb het verkeerd gedaan! Wat stom. Rustig worden, nu gewoon weggaan. Denk aan je planning.

Bij thuiskomst zette ik de fiets toch maar op, wat ik dacht, mijn parkeerplek. Eenmaal in mijn woning, pakte ik het contract erbij: fiewwwwwwwwwwwwwwwwwwwwww, het klopt. Toch? Kijk nog eens voor de zekerheid. Check, ik heb het niet verkeerd gedaan. Ik deed het goed.

Of vinden ze het stom dat ik daar sta terwijl er plek is voor een auto? Ben ik a-sociaal? Maar er staan toch meer parkeerplekken met alleen maar fietsen? En.. etcetera. Stop, even uitzoomen; ik ben mezelf aan het verantwoorden. Parkeer het, laat het los. Nee, ik kan niet parkeren. Stop, breathe.

De volgende dag stond mijn fiets gelukkig waar ik hem neerzette. Maar wat is dat voor raar grijsblauw kastje? Is dat afval? Is het gevaarlijk? Is iemand boos op mij? Ik, inclusief een explosie cortisol,  pakte het kastje en zette het naast mijn parkeerplek. Iek, vies ding.

O, o, wat vermoeiend. De verhuizing heeft er in gehakt (mijn brein is aan gruzelementen) en nieuwe dingen zorgen sowieso al voor angst, stress en daardoor meer dwang. Best logisch dat ik daarom heel veel andere dingen in mijn leven constant en voorspelbaar wil houden. Mijn portie ‘nieuwigheid’ heb ik voor de komende maanden wel weer gehad door de verhuizing 😉

Overvol

Concentratiefrustratie

‘Mijn slechte concentratie is het grootste probleem,’ appte ik naar mijn tante op de vraag of de studie moeilijk is. Volgens mij had ik het nog niet toen ik op de middelbare school zat, dacht ik later. Toen had ik geen eigen huishouden en geen smartphone, dus dat scheelde een hoop bij het maken van mijn huiswerk. Toch dwaalde ik tijdens de lessen wel voortdurend af. Gelukkig heb ik nu geen colleges meer. Tijdens zelfstudie heb ik woorden voor mijn neus en lezen gaat beter dan luisteren. Dat geeft grip, maar niet genoeg.

Mijn hoofd is te vol, zoals mijn mok vanochtend waarin ik iets te veel sojamelk had opgeschuimd. :p Ik denk steeds na over wat ik allemaal moet doen en kan de impulsen om toe te geven aan het gedrag niet onderdrukken. Dat komt door lichamelijke onrust en de angst om iets te vergeten of te missen. Na iedere alinea is er iets te doen: drinken pakken, mail checken, nagels vijlen, verwarming hoger zetten, verwarming lager zetten enzovoorts. Ik tel na iedere bladzijde hoeveel bladzijdes ik nog moet lezen, ook al weet ik het aantal. Ik houd de klok in de gaten omdat ik op tijd wil eten en niet steeds de wekker wil zetten (vervelend geluid). Het is een stukje OCD (controlebehoefte en bij onzekerheid meteen overgaan tot een handeling).

De drukte in mijn hoofd heeft ook te maken met autisme. Ik kan enerzijds dingen niet loslaten en anderzijds komen er steeds nieuwe dingen binnen omdat ik gevoelig ben voor prikkels. Ik stoor me voornamelijk aan geluiden en bewegingen. Ik studeer soms in de bieb, omdat ik daar niet zoals thuis steeds iets anders kan doen. Daar ben ik echter snel afgeleid door andere mensen.

Op de momenten dat ik overbelast ben en niet lekker in mijn vel zit, heb ik nog meer moeite met concentratie en accepteer ik dat bovendien minder. Als ik een hele dag doe over één artikel van tien bladzijden, voel ik me nutteloos. Ik ga twijfelen aan de studie en aan mijn vaardigheden. ‘Het is zinloos.’ ‘Ik kan niks.’ Zeg dan maar ‘dag’ tegen energie en motivatie.

Ook buiten studeren om ben ik snel afgeleid. Al wil ik een film graag zien of vind ik een boek interessant, mijn focus is absentemento. De router uitzetten, mediteren en allerlei rustcomplexen van de drogist helpen ook niet. Ik zou best eens medicijnen willen proberen, maar bijwerkingen zijn niet aantrekkelijk. Als ik met iemand samen iets doe, blijf ik zitten op mijn stoel, maar heb ik steeds de drang om hardop te zeggen wat ik denk.

Het is een complex probleem en er is geen kant-en-klare oplossing. De afgelopen dagen stopte ik met dingen als er geen concentratie was. Ik heb een paar negatieve energieslurpende dingen meegemaakt de afgelopen maand. Inspannen (waaronder concentreren) is niet mogelijk als ontspannen niet lukt, dus probeer ik dat laatste meer te doen. Ik heb om zoveel dingen negatieve stress, dus ik moet eerst een overdosis stresshormonen wegwerken. Hopelijk is er daarna meer ruimte voor focus.

Fruit

Haat-liefde verhouding met eten

Tegenwoordig wordt er van alles georganiseerd rond ‘borreltijd’, maar ik wil gewoon om zes uur een bord eten voor mijn neus. Gisteren ging dat niet, omdat ik bij een evenement was waar ik zelf ook een speech hield. Toen het zes uur was slikte ik een meegesmokkelde pompoenpit in; mijn voorgerecht. Eenmaal thuis at ik de al eerder gekookte hoofdmaaltijd zonder deze op te warmen.

Ik leef toe naar mijn eetmomenten en voel me leeg als ik niet mag eten. Als eten niet bestond, zou het leven maar saai  zijn. Eten is voor mij iets waar ik geen stok achter de deur voor nodig heb. Voor de meeste andere dingen in mijn leven ligt een drempel. Door te eten kom ik bovendien met beide benen op de grond; enorm belangrijk bij een druk en overprikkeld koppie.

Toch heb ik er een haat-liefde-relatie mee. Toen ik voor het eerst in therapie ging, kwam ik binnen bij de afdeling eetproblematiek. Er is bij mij overigens nooit een eetstoornis gediagnosticeerd. Ik heb nooit eetbuien gehad, overgegeven o.i.d. Ik was wel bang om dik of dun te zijn/worden, want wilde ‘normaal’ zijn. Op school vergeleek ik mezelf met anderen.

Naar mijn lichaam luisteren, durfde ik niet. Ik vond mezelf een lelijke peer. Mijn hoofd was mijn vluchtoord. Ik ging lezen over eten en op basis daarvan bedacht ik regels. Ik ging calorieën tellen om controle te hebben. Snoepen mocht op een gegeven moment ook niet meer. Het ging een beetje richting orthorexia en ik was mager. Gelukkig ben ik altijd blijven eten.

Bij mij is het probleem meer gaan zitten in de inflexibiliteit, misschien door de behoefte aan routines. Eten is voor mij de rode draad door de dag. Iedere dag eet ik op dezelfde tijden en om de 2,5 uur. Het geeft stress en gepieker als ik op 1 van de tijdstippen niet kan eten. Dan denk ik zwart-wit; als ik één keer afwijk, komt het nooit meer goed met mij. Ik vermijd dingen als ze niet passen bij mijn eettijden. Samen eten of uit eten gaan zijn lastig, omdat ik dan niet de volledige controle heb.

Ik moet iedere dag minimaal 2000 calorieën eten en maximaal 2500. Ik blijf het moeilijk vinden dat het gemiddelde voor een vrouw 2000 is en ik daar niet genoeg aan heb. Er zijn nog wat minder overheersende regels en regels voor als ik niet aan een regel kan voldoen; een soort plan B.

Mensen met autisme hebben regelmatig ook een eetprobleem. Als bij iemand behandeling voor een eetstoornis niet aanslaat, is het goed om te kijken of er sprake van ASS is. Je moet dan tegen rekening houden met een andere informatieverwerking. Voor mij heeft het ook een andere kijk gegeven op mijn dwangmatigheid rondom eten. Ik zoek houvast.

Graag zou ik minder tijd kwijt zijn aan plannen wat ik precies ga eten. Ik wil minder gedachten hebben over eten en iets flexibeler omgaan met regels. Minder controleren hoeveel calorieën ik per dag binnen krijg en minder bezig zijn met wat anderen eten, zijn ook doelen. Ik ben er nog niet, maar ik ben tegenwoordig wel tevreden over mijn lichaam en ik kan en mag genieten van eten 😉

koortsthermometer

Ziek zijn; fysiek of psychisch?

Hatsjoe!

2016 begint met griep. Denk aan moeheid, keelpijn, hoofdpijn, waterige ogen en koorts. Ik nies zoveel dat het pijn doet en mijn huid is hypergevoelig. Rillingen en opvliegers wisselen elkaar af. Mijn vriend doet gezellig mee.

“Heb ik het van jou of jij van mij?”

Ik ben aan het oppassen op katten, maar vanavond ga ik weer naar huis. Eén van de poesjes heeft niesziekte.

“Een poes kan niesziekte toch niet overbrengen op de mens?”

Als ik ziek ben, wil ik me toch zoveel mogelijk houden aan mijn dagelijkse planning. Ik eet bijvoorbeeld zoals gepland. Afspraken laat ik meestal doorgaan, tenzij ik bang ben anderen te besmetten. Ik doe mijn best om niet te actief te doen. Dan komen meestal gevoelens van waardeloosheid naar boven. Een negatief geestje huist makkelijker in een ziek lijfje. Misschien huil ik daarom om de haverklap.

Het voordeel van griep is dat duidelijk is wat er aan de hand is. Dat scheelt gepieker, online gezoek en huisartsbezoekjes. Bij vage aanhoudende kwalen mis ik een duidelijke oorzaak en daarmee richtlijnen voor hoe ik de klacht kan bestrijden en hoe ik het een volgende keer wellicht kan voorkomen. Ik ben niet bang voor de klacht of ziekte zelf, maar onrust is het gevolg als ik niet weet wat er speelt.

Er is meestal interactie met de geest en dan is het helemaal onduidelijk wat er het eerst was en wat je wel/niet moet doen voor je gezondheid. Zeker als je psychische problemen hebt, is het lastig om lichamelijke klachten te interpreteren. Zowel psychische als lichamelijke gezondheid zijn interessegebieden van mij. Prima om daarmee bezig te zijn, maar ik moet niet mezelf gaan vergelijken met theorieën.

Bij professionals mis ik echter vaak de holistische kijk. Dan ga ik er meestal niet met een gerust hart weg. Vaak durf ik pas naar de huisarts te gaan als ik een klacht al maanden heb. Dan krijg ik een soort van controledwang en check ik steeds of ik de klacht wel écht heb. Ik ben bang dat ik me aanstel en vraag altijd aan iemand anders of ik ergens voor naar de huisarts moet of niet.

Ik denk dat ik vroeger een tijdje hypochondrisch was. Ik wist toen niet dat ik een psychische ziekte had en zocht misschien een verklaring voor mijn lijden in het lichaam. Dan dacht ik bijvoorbeeld dat ik darmkanker had (inmiddels weet ik trouwens dat ik een prikkelbare darm heb). Toen ik niet meer wilde leven, hoopte ik zelfs ernstig ziek te zijn zodat ik dood zou gaan. :s

Nu wil ik van alles doen dat bij het leven hoort, maar werkt mijn lijf vaak tegen. De kunst is om niet te veel te malen en voor mezelf te zorgen zoals ik dat voor iemand anders zou doen. Bijvoorbeeld door mezelf niet als ‘nutteloos’ te bestempelen als ik rustig aan doe vanwege een griepje 😉

Ik wens iedereen lichamelijke en geestelijke, Hatsjoe, gezondheid toe in 2016.

Liefde is..

Liefde

Gisterenavond kreeg ik op twitter kort mee dat er iets gebeurd was in Parijs. Ik zocht een nieuwsbericht op, maar sloot me er verder voor af. Ik besloot vanochtend om de dag niet te beginnen met me al tijdens het ontbijt storten op mijn mobiel. Ik kroop terug in bed; even geen nieuwe prikkels en bijslapen.

Toen ik vanochtend na een moeizame start eindelijk was aangekleed en de router in het stopcontact stak, was het een en al ‘Parijs’. Oje, dit was erg. Er kroop een naar gevoel door mijn lichaam. Ik bekeek de berichtjes; één en al verdriet, angst en onmacht. Daarnaast woede en onbegrip over hoe het mogelijk is dat mensen elkaar zoveel pijn kunnen doen. De vluchtelingendiscussie zette zich voort.

Ik voel me naar als er grote enge dingen gebeuren. Ik heb er geen grip op. Er is geen script. Wat gebeurt er allemaal? Moet ik iets doen? Kan ik iets doen? Wat en voor wie? Ik deel maar iets op Twitter en Facebook met het idee dat ik denk aan alle doden en meevoel met hun nabestaanden. Ik schrijf het van me af, zaterdag is immers blogdag. Gisteren dacht ik na waarover ik zou schrijven, maar soms verandert het onderwerp als er iets anders speelt.

Eigenlijk is Parijs de stad van de liefde. Eigenlijk heb ik iets te vieren vandaag. Hoe ironisch is het dat ik officieel een jaar iets heb met mijn vriend. Vorige week hebben ik en Vriendlief besloten dat dat 14 november moest zijn. Ik meen me namelijk te herinneren dat het deze dag was dat ik vroeg of het ‘officieel’ was. Heel raar vond ik het dat ik het niet terug kon vinden in mijn agenda. Ik schrijf normaal alles op, zodat het uit mijn hoofd kan.

Kon liefde maar de haat in wereld doen verdwijnen… We hadden elkaar eerder leren kennen toen ik ergens gedichten voordroeg en hij in het publiek zat. We voegden elkaar toe op Facebook na een mini-gesprekje, maar hadden geen contact daarna. 14 oktober 2014 was ik jarig en toen feliciteerde mijn vriend mij. Het ging allemaal heel snel, want als ik verliefd ben, is mijn rem weg. Een maand later was het officieel aan; lekker duidelijk.

Valentijnsdag is ook op de 14e, dus het is een goedgekeurd getal. Getallen en data lijken zulke onbenulligheden om me druk over te maken, als er elders onschuldige doden vallen. Eigenlijk alles waar ik me op een gewone zaterdag druk om kan maken lijkt onbenullig. Ik probeer toch mijn dagelijkse program op te pakken. Vanavond ga ik naar mijn lief. Ik zal kaarsjes aandoen voor de stad van de ❤
And I know that us is one

Naar buiten

Supermarkt

 

Vanmorgen haalde ik uit de koopjeskast van de AH een kruidenmix voor quinoa; van 2 euro voor 1.20. De caissière zag het stickertje niet, dus vroeg ik bij de servicebalie alsnog om de korting. Daar zag ik tot mijn verbazing een kauwgom hangen aan de papieren verpakking. Had ik dat op mijn geweten?

“Er zit een kauwgom op.”

“Wil je een nieuwe?” vraagt een AH-mevrouw, terwijl ze het hompje met haar blote (?) hand pakt en weggooit. Ze vergeet een stukje.

“Graag,” zeg ik terwijl ik mezelf afvraag of het aanstelleritis is.

Met 80 cent en een druk hoofd, maar zonder kauwgom, ging ik te voet naar huis. Onderweg bleef ik de situatie in mijn hoofd herhalen.

  • Zat die kauwgom er echt? Ja.
  • Was hij van mij? Nee, ik heb al even geen kauwgom meer op.
  • Heb ik hem aangeraakt? Hopelijk niet, gadverdamme!
  • Heb ik iets stoms gezegd? Nee.
  • Was die vrouw klantonvriendelijk? Ja, ze had geen gezellige blik en zei geen ‘alsjeblieft’ of ‘tot ziens’.
  • Waarom gebeurde dit? Misschien had ik niet in de koopjesbak moeten snuffelen, aangezien mijn keukenkastjes uitpuilen door mijn koopjesdrang en ik stress heb om het allemaal in te plannen wanneer ik het ga eten. Misschien was het een les in assertiviteit, maar die lessen heb ik toch al genoeg en… STOP!
  • Heb ik de mix er wel ingedaan? Ja.
  • Heb ik mijn rugtas dichtgedaan? Ja.

Conclusie: ik had geen rare dingen gezegd en heb me ook niet aangesteld (mijn voortdurende angst is dat ik dat wel doe), dus ik was gerustgesteld. Ik beoordeelde mezelf als onschuldig aan de misdaad. Het voorval had me helaas pindakaas weer een hoop energie gekost. Ik concentreerde me op de blaadjes tot ik thuis was.

Een lastig punt bij autisme in combinatie met een normale intelligentie is dat je veel zelf kunt, maar dat het meer energie kost. Piekeren, allerlei angsten, moeite met loslaten, gevoeligheid voor prikkels, overzicht verliezen, moeite met volgordes en dergelijke zijn allemaal onzichtbare dingen die een rol spelen bij boodschappen doen. Ik moet ook rekening houden met mijn vele eetregels- en planning. Ik doe daarom nooit boodschappen voor dezelfde dag, want als er iets niets is, moet ik mijn planning omgooien.

Normale dagelijkse dingen eindigen zo in een energielek. Sinds ik weet dat ik autistisch ben, begrijp ik waarom dingen mij zoveel moeite blijven kosten ondanks ze al vele malen gedaan te hebben. Boodschappen doen is niet een kwestie van angsten overwinnen, want dan was dat allang gebeurd. Angst is niet de kern, maar mijn manier van informatieverwerking.

Ieder aspect van het boodschappen doen, kan mij energie kosten. Zelfs een kruidenmix brengt van alles te weeg. Ik realiseer me nu dat ik niet meer naar de verpakking heb gekeken, omdat de communicatie met de AH-mevrouw en daarna met mezelf alle aandacht vergde. Als er weer een kauwgom op zit, stop ik mijn hoofd in de koelkast.

Boekjes

Wè zede gij?

Gisteren las ik ergens ‘de hand in eigen boezem steken’. Ik zie het voor me, die hand in eigen boezem (blood all over the place). Al vaak heb ik het gehoord, maar eigenlijk weet ik niet precies wat het is. Ik gok dat het iets te maken heeft met eigen verantwoordelijkheid. Ik zoek het op. Iemand die de hand in eigen boezem steekt, gaat bij zijn eigen geweten te rade of hem iets te verwijten valt. Oke, maar waarom dan die boezem? Daar zetelt het gevoel. Aha, ik snap het.

Vanmiddag belde ik oma: “nog zo suf als een mulder?”

Oma was niet meer ‘zo suf als een mulder’. Toen ik haar een week eerder belde, was oma dat wel vanwege bepaalde pijnstillers.

“Zo suf als wat?” vroeg ik toen.

“Als een mulder,” zei oma.

Later zocht ik het op. Een mulder was een molenaar, maar ik vond niet waarom een molenaar suf zou zijn. Keek hij te veel naar de wieken en werd hij draaierig? At hij te veel tarwe terwijl hij eigenlijk een glutenintolerantie had? Ik vond het antwoord niet en kan het niet-weten niet goed verdragen. De vraag spookt nog rond in mijn hoofd.

Als ik iets hoor waar ik de betekenis niet van ken, moet ik het weten. Ik vraag het of zoek het op. Ik ben leergierig, maar anderzijds bang om dom over te komen. Voorheen zou ik niet laten merken als ik een woord of spreekwoord niet kende. Ik praatte mee alsof mijn neus bloedde.

Ik herinner me een situatie van vroeger toen mijn moeder vroeg of ik de salontafel wilde opruimen. Ik wist niet wat ‘salon’ betekende en gokte op het tafeltje met de spiegel erboven. Later vroeg mijn moeder waarom ik de salontafel niet had opgeruimd. Ik schaamde me en durfde niet te zeggen dat ik blijkbaar de kaptafel had opgeruimd.

Nu is er gelukkig internet als ik iets niet durf te vragen. Als ik het niet gelijk kan opzoeken, zet ik het in mijn telefoon. Zo stond in de Opzij laatst dat de boot aan was. Ik vond op internet dat de maat dan vol was. Welke maat? Hoezo is een maat vol? Ik zocht verder en begreep dat het betekende dat iets niet langer getolereerd werd. Ik heb geen idee meer waar het artikel zelf over ging en wat er niet getolereerd werd :s

Ik kan me soms verliezen in details en de inhoud uit het oog verliezen. Vaak begrijp ik spreekwoorden en gezegdes wel enigszins, maar om ze zelf te kunnen gebruiken, wil ik de precieze betekenis weten. Dan zoek ik gelijk de herkomst op, zodat ik de vergelijking kan begrijpen. Het kost tijd, maar het is geen Kafkaeske situatie (gebruik ik het zo goed?). Associërend kom je nog eens ergens. Zo ga ik nu Kafka lezen, geïnspireerd op iemand die laatst op tv zei: dat is Kafka. Fijn weekend!