Geldbriefjes

Yes, rechtvaardigheid!

Toen ik met een vriend in Marokko was, kwam er een wat oudere man op ons af toen we op weg waren van het strand naar het hotel. Hij kende ons zogenaamd van het hotel, want werkte daar. Een waterval aan woorden volgde over zijn vrouw, vrijdag-couscous-dag, de warmte, werken tijdens ramadan en dat dan bijna alle winkels en horeca dicht zijn. Maar.. gelukkig kende hij een koffietentje dat wel open was. Hij wilde niet de weg wijzen, maar ons er heen brengen. Na tien minuten kwamen we bij een koffietentje waar de aap uit de mauw kwam. Onderweg had hij al herhaaldelijk gepolst naar interesse in hasj, zoals vele Marokkanen voor hem.

Toevallig had hij geen geld bij zich en vroeg of wij hem honderd dirham konden lenen (iets minder dan tien euro). We zeiden vriendelijk van ‘nee’. Hij bleef drammen, zou ons naar het vliegveld brengen de komende dag met een auto van het hotel en zou het geld later die dag in het hotel teruggeven. Echt. ‘Zullen we het hem dan maar geven,’ zei ik tegen mijn reispartner om van mijn schuldgevoel af te zijn. Gretig pakte de man het geld en smeerde hem. Wij dronken onze koffie, dorstig als we waren. Toen we door hadden dat de man niet terugkwam, rekende ik maar af. Ik maakte nog een praatje met iemand van het koffietentje, wat ik best dapper vond van mezelf. Ik sprak met een jongeman en hij was meelevend. Dat is fijn op zo’n moment. Hij kende de dief niet.

Later die dag liepen we in het drukke centrum van Tanger. En je gelooft het niet, maar mijn reispartner zag de man lopen tussen de mensenmassa aan de overkant van de straat. Normaal moet ik altijd wikken en wegen voor welke actie dan ook, maar nu had ik blijkbaar zoveel adrenaline in mijn lijf, dat ik brutaal de straat over stak tussen de taxi’s door. De man wilde ons afwimpelen met twintig dirham. Ja doei! De mensen keken naar ons toen we met bonzend hart wegliepen met een verfrommeld briefje van honderd. Het moest er ook wel raar hebben uitgezien: twee blanke toeristen die naar een Marokkaan renden en om hun geld vroegen.

Ik kan echt niet tegen onrecht en oneerlijkheid en zou er nog een week last van hebben gehad als het niet was opgelost. Rationeel had ik mezelf kunnen geruststellen met relativeringen, maar gevoelsmatig was het me bijgebleven. Een regel overtreden mag alleen als die regel oneerlijk is, vind ik. Altijd al heb ik een sterk gevoel gehad voor rechtvaardigheid. Ik hield me zoveel mogelijk aan de regels. Als er in het gezin bijvoorbeeld een bepaalde afspraak was over het huishouden, hield ik me daaraan. Als iemand anders dat niet deed, stoorde ik me daar grandioos aan.

Op school was ik allergisch voor pesten. Later ging ik psychologie studeren om te leren waarom mensen deden wat ze deden; goed en slecht. Na een carrière als cliënt in de GGZ, ben ik het gaan ‘opnemen’ voor mensen met onzichtbare ziektes. Stigma en taboes zijn er immers om bestreden te worden. Dan maak ik me als veganist ook nog druk om dierenleed en het klimaat. Continu moet ik me daarbij inleven in een ander, om te zorgen dat ik geen jufje word. Soms voel ik me machteloos. Bijvoorbeeld in Marokko toen ik weer een zwaarbeladen ezeltje voorbij zag komen puffen in de hitte.

En racisme: arghhhh! Ik val iedere keer weer van verbazing en irritatie van mijn stoel van de lompe opmerkingen die ik voorbij zie komen in dit leven. Ook andere vormen van discriminatie zoals homohaat vind ik onverdraaglijk. Waarom zijn er zoveel mensen die anderen niet in hun waarde kunnen laten? Wat een enorm gebrek aan sympathie en empathie zeg. Stop even, adem en focus. Te veel missies tegelijk maakt nogal, uhh, onrustig. Meeleven met en iets delen op social media voor bewustzijn kan best, maar daar houdt mijn verantwoordelijkheid op.

Ik focus me op mijn bijdrage aan een autismevriendelijkere samenleving  wat ‘actie’ betreft. Iets wat ik regelmatig terug hoor bij anderen met autisme is trouwens dat ze ontploffen als iemand anders zich niet houdt aan normen en waarden of een regel overtreedt, zoals een verkeersregel. Het is wit of zwart. Er is geen ruimte voor relativeren op het moment zelf en het duurt lang voordat de spanning zakt. Reageren vanuit een heftige emotie levert helaas niet zoveel op. Vloeken of toeteren roept alleen maar irritatie op waardoor je in een cirkel van irritatie terecht komt.

Handelen lijkt me beter als de emotie is gezakt, dus als je wat meer zen bent. Ik vraag mezelf altijd af wat mijn intentie is, dus wat ik diep van binnen wil. Ook wat iets me kost en wat het me oplevert. Soms spreek ik me niet uit, omdat dat te veel energie kost of omdat ik weet dat iemand er niet voor open staat. Als een jongere bijvoorbeeld een blikje op straat gooit, tel ik tot drie en denk: laat hem maar even in die recalcitrante fase zitten.

Ik moet eerst en vooral de verantwoordelijkheid nemen voor mezelf. Ik heb mijn eigen gevechten, zoals die met het UWV. Die zaak duurt al vier jaar, maar waarschijnlijk ga ik in juli ein-de-lijk naar de Centrale raad van Beroep in Utrecht. Duim je voor rechtvaardigheid?

Advertenties

Achter de vakantiefoto’s

img_1110.jpg

De cultuurshock begon al thuis. Bij de reservering van het hotel in Marrakesh stond dat we een huwelijksakte moesten overhandigen bij aankomst. Ik ging met een vriend met wie ik geen relatie heb, laat staan dat we getrouwd zijn. Ik mailde de boekingsite en kreeg gelukkig het antwoord dat het alleen geldt als je een Marokkaans paspoort hebt. Fiew.

Toen we op zaterdag aankwamen met het vliegtuig, stapten we in een warme deken in Marokko waar het veertig graden was. Even puffen, landen en wennen. Dirhams pinnen, ‘non merci’ zeggen tegen de taxichauffeurs en de bus zoeken naar het hotel. We hadden gelukkig een fris en mooi hotel, met zwembad. #plons

Naast het hotel was een eettentje waar we gelijk onze avondmaaltijd op hebben. Ook op vakantie eet ik het liefst om zes uur. Ik moest wel even rekenen vanwege het tijdverschil (twee uur eerder dan in Nederland). Op de dagen erna dat het niet lukte om om zes uur te beginnen met het avondmaal, nam ik alvast wat crackers (= voorgerechtje).

Verder in Marrakesh hebben we natuurlijk toeristje gespeeld. Daar zijn de Marokkanen op ingesteld. Ze komen graag met hun koopwaar op je af en één keer ‘nee’ zeggen is niet genoeg. Heel vermoeiend voor mij qua prikkels en grenzen aangeven.

Non merci, ik wil geen zonnebril, zogenaamde Rolex, super-hasj of een pakje Tempo-tissues.

Toettoetttt! Non merci, ik hoef geen taxi. 

Dan zijn er nog bedelaars; vrouwen met baby’s, kinderen, gehandicapte mensen en veel zwerfdieren. Ik weet niet hoe daar mee om te gaan. Mezelf daarvoor afsluiten lukte niet. Steeds dacht ik maar dat ik op vakantie was en daar niet kwam als welzijnswerker om me niet verantwoordelijk te voelen voor een landelijk probleem.

Marrakesh heeft veel moois om te fotograferen. Als je een foto maakt van iets of iemand wordt dat vaak niet gewaardeerd of je moet iets betalen, dus heb ik steeds van een afstand foto’s genomen. Ik voelde me wel wat aanwezig met mijn camera en blanke huid. Ik heb overigens bijna niet met blote benen en schouders gelopen, omdat dat niet gebruikelijk was.

Maandag gingen we met de trein naar Casablanca. De treinen zijn goedkoop en redelijk schoon. De eerste dag in Casablanca hebben we de grote moskee gezien die zeker het bekijken waard was. Buiten staan speakers zodat je het gebed hoort. Verder is Casablanca niet zo toeristisch. We hebben veel armoede gezien. Ik was dolblij met iets bekends en vertrouwds zoals de Starbucks (sojamelk) en na een couscous of tajine fleurde ik weer even helemaal op.

Ik voelde me helaas wel vies door het afval op straat, de verkeers-en-zand-lucht. Ik heb op vakantie altijd veel last van smetvrees. Ik zit op vele stoelen, krijg soms een hand, weet niet of het eten schoon is et cetera. De hele dag snak ik naar handen wassen en douchen.  Een treinreis is ook lastig, maar dat heb ik in Nederland ook (qua smetvrees, controledrang en prikkels).

Op woensdag gingen we naar Tanger. De treinreis duurde vijf uur, dus stopte we ondertussen twee uurtjes in de hoofdstad Rabat. Even de benen strekken, naar de Hassantoren, de Carrefour market en koffie drinken op het station. Water uit de kraan drinken is geen optie, dus met dertig graden is het handig om regelmatig flesjes drinken te halen bij één van de supermarktjes.

In Tanger hadden we een hotel aan zee. #seacalmsmysoul Toen we naar de medina (centrum) wilden, kwam er een man op ons af. Hij wilde ons rondleiden. Ik wist niet waarheen en hoelang (en wat het zou kosten), maar we gaven er maar een keer aan toe. De ‘non merci’ was even op. We zijn zeker op mooie plekjes gekomen, dus het was de sociale energie waard. Wel kwamen we steeds toevallig uit bij een van zijn vriendjes waar we iets konden drinken of iets handgemaakt konen kopen.

In Tanger hebben we een keer een taxi genomen. De mensen zijn bijna allemaal aardig, maar gewoon erg gefocust op geld. Dus de taxichauffeur verteld dan hoeveel kinderen hij eten moet geven en vraagt wat wij de rest van de week doen zodat hij ons weer kan halen en brengen. Niet slecht bedoeld. Zo gaat het daar gewoon, maar het is wel heel anders dan hier. Als ik iets nodig heb, neem ik zelf initiatief en de prijzen liggen vast.

Ik voel me nu een klagende Hollandse blogger. :s Continue overprikkeld zijn, duidelijk aanwezige prikkelbare darmen, en dan ook nog slecht slapen maken je zo moe. Ik heb geprobeerd steeds positief te denken en afleiding te zoeken, maar de spanning in mij was continue hoog. Dit was iets te ver buiten mijn comfortzone. Achteraf gezien had ik veel meer pauzes moeten nemen, bijvoorbeeld door even terug naar het hotel te gaan.

Dat kun je op foto’s op Facebook of Instagram niet zien, want Marokko is zeker foto-waardig. Als je genoeg (sociale) energie hebt is het aan te raden om er heen te gaan. Ga dan niet tijdens de ramadan, want dat gaan eet- en drinktentjes later of niet open, dus moet je langer zoeken.

Al met al heeft een week Marokko mij een ervaring rijker gemaakt, maar in verhouding koste die wel veel energie. Denk aan alle (mentale) voorbereidingen en de verwerkingstijd achteraf (die nog wel even duurt). Ik waardeer wel extra wat ik heb: mijn hamster en chins, mijn bank en bedje, mijn fiets en de Nederlandse supermarkt.

Ik denk dat ik me door mijn diagnose autisme beter bewust ben van de last van dingen. Vroeger praatte ik dat dan weg, want ik wilde geen zeur of aansteller zijn. Nu probeer ik te leren van deze ervaring en kies ik de volgende keer voor een beter passende manier om er even uit te zijn, zoals een gestructureerde yoga-vakantie of een dagje weg naar een vegan-vriendelijke stad. Ik ben nu eenmaal nieuws- en leergierig.

Keep calm and love your home. ❤

Instagram

#nofilter

Zes foto’s plaatsten op een dag was iets te enthousiast geloof ik. Wat is de Instagram-norm? Drie per dag hoor ik ergens in een filmpje, maar van de personen die ik zelf volg zie ik er niet zoveel voorbij komen. How to Instagram? Hoeveel hashtags gebruik ik en welke? Wat nou als een voor mij normaal woord op Instagram een schuilnaam is voor iets? Zo ben ik er achter gekomen dat op Whats-app een aubergine niet alleen staat voor aubergine, al ver voordat ik dat wist. :s

Het digitale tijdperk vraagt om kennis, maar ook om regels en impulscontrole (executieve functies). Ik maakte op Instagram-dag twee gauw een lijstje met wat ik nog op Instagram wil zetten, zodat ik het foto’s plaatsten zelf kan uitstellen. Ik vind het leuk om foto’s te maken en te delen. Ik woon alleen en social-media is voor mij toch een laagdempelige manier om contact te maken. Een stukje bevestiging en aandacht krijgen is leuk natuurlijk, maar dat mag je alleen stiekem vinden en niet in een blog schrijven.

Bij het mezelf tonen aan de wereld, komen al snel mijn eigen oordelen. Niet te spontaan zijn hoor, je neus is te groot en puntig, wie zit er nou op jou te wachten, je Engels is belabberd, .. Je moet alleen kunnen zijn en zelf dealen met donkere gedachten en emoties. Je moet niet nog meer prikkels zoeken buiten Facebook, Whats-app en Twitter, want het is al zo druk in je hoofd.

De foto’s van strakke buiken, verse groene maaltijden, verliefde stelletjes, lange glanzende haren en hippe outfits triggeren mijn onzekerheden ook nog eens. En toch.. Door social-media word je misschien vaker geconfronteerd met wat jij niet hebt of kan, maar dat wil niet zeggen dat dat zonder social-media niet het geval is. Dealen met onzekerheid en eigenwaarde creëren moet je hoe dan ook leren. Dat gaat bij de ene iets sneller en makkelijker.

Verschillen kunnen juist inspireren. Als iemand een prachtige tekening maakt, vind ik het leuk om die te zien en ik word blij van een fluffy chinchilla of als iemand geniet van een vegan taartje. Ont-volgen kan altijd als je ergens niet op zit te wachten. Niet bij mij doen natuurlijk, want mijn hamster Muffin, chin Suus en chin Nono zijn dan gekwetst.

Ik vind het nu in ieder geval fijn om Instagram te hebben. Ik moet alleen leren er iets minder tijd aan te besteden, vooral in mijn hoofd. Nieuwe dingen roepen veel gedachten en emoties op, maar die zakken. Onzeker zijn is menselijk. Het is een teken dat je bewust bent van jezelf en van anderen. Dat je nadenkt of er iets anders moet in je leven of niet.

Dus mij lijkt het beter om te leren omgaan met gevoelens en gedachten en met de verschillen tussen mensen dan de schuld te leggen bij social-media zelf. Met een beetje logisch nadenken weten we allemaal dat foto’s momentopnames zijn. Je weet niet wat er nog meer in iemands leven speelt en ook niet of een bepaalde foto in één keer genomen is of na twintig takes.

Ik kijk verder. Als je lacht, weet ik dat je ook wel eens huilt. Als je gezond eet, weet ik dat niet iedereen de tijd heeft zo lang te kokkerellen als jij. Als je er prachtig uitziet, wil het niet zeggen dat je gelukkig bent. Sommige dingen hoeven we ook niet te zien. Het (huis)merk van je wc-papier bijvoorbeeld.

Als mijn Instagram-hyper wat gezakt is, ga ik Pinterest proberen. Je weet nooit wat je er van opsteekt; een nieuw idee voor je huis of persoonlijke groei. Als ik wat ben ingeburgerd op Instagram ga ik een niet-leuk moment van mijn leven laten zien om eens te kijken wat dat met me doet. Qua woorden durf ik dat al op deze blog, maar iets als verdriet daadwerkelijk tonen is een ander verhaal.

Loesje: ‘een chagrijnig hoofd op z’n kop is ook een glimlach.’

Dansen

Van ‘freeze’ naar ‘dance’

Als kind, dansten ik en mijn zusje wanneer mijn vader muziek maakte. Bijvoorbeeld als we al in bed lagen met het dekbed als jurk. Of in de huiskamer waarbij we bevroren in een bepaalde move als de muziek even stopte omdat mijn vader muzieknoten opschreef. Dat was een positieve freeze. Als de muziek weer klonk, mochten we pas verder dansen.

Later in mijn leven bevroor ik op vervelende manieren. Denk aan angst en depressie waarbij ik van mijn dekbed echt geen jurk meer kon maken. Of aan een laag zelfbeeld waardoor ik mezelf niet durfde te zijn en mezelf niet durfde te uiten. Heel naar is het om op slot te zitten. Het maakt eenzaam, want je hebt geen ‘echt’ contact met anderen meer. Mijn ballerina-toekomst vervloog, want om te bewegen heb je energie nodig.

Inmiddels 29, ben ik bij individuele PMT (psychomotorische therapie) bezig met dansen volgens de methode van de 5Ritmes (ontwikkeld door Gabrielle Roth). Je danst dan op vijf verschillende ritmes: eerst vloeiend, dan staccato, dan chaos, dan lyrisch en op het laatst stil. Bijpassende muziek helpt om in beweging te komen. Mijn doel is zelfexpressie door eerst te leren luisteren naar mijn eigen lichaam. Ik beweeg vanuit mezelf in plaats van dat ik iemand anders kopieer; een specialité van mensen met autisme.

Ik ga circa eens per maand naar de PMT-therapeut en behandel dan één ritme. Thuis oefen ik daar verder mee. Het is afhankelijk van het ritme, mijn energieniveau en stemming hoe vaak en lang ik dans en welke bewegingen ik maak. Om een beetje een beeld te hebben bij de ritmes, maak ik er collages bij. Bij vloeiend horen voor mij bijvoorbeeld loofbomen in de wind.

Ik vind het lastig om te vertrouwen op mezelf en zelf muziek te zoeken, dus dans ik nu nog op muziek van Roth zelf. Helemaal vanuit het niets gaan dansen is ook een te grote stap, maar ik heb handvatten. Zo volg ik steeds een bepaald lichaamsdeel. Ik kan ook ruimte innemen (hoog, laag, links, rechts) en snel of langzaam dansen.

Steeds meer voer ik een stukje meer Mandy in de dans. Wat je in dans tegenkomt, kan je vertalen naar het dagelijks leven. Ruimte innemen doe je ook door duidelijk te praten bijvoorbeeld of een open houding aan te nemen als je op straat loopt.

Er is bij therapeutisch dansen geen goed of fout, maar mijn gedachten denken automatisch wel in die termen. Ook voel ik me bekeken, al heb ik de gordijnen dicht. Maar ongemak mag er zijn, dat hoort bij mij. Soms ben ik minder angstig en zelf energiek. Dan is het zo fijn om heerlijk te bewegen en wat spanning kwijt te raken.

Emoties uiten lukt me niet zo goed met schrijven of praten. Bij het eerste ben ik vooral bezig met mijn gedachten ordenen. Bij praten ben ik vooral bezig met de sociale aspecten. Op dit moment oefen ik met het ritme chaos. In het dagelijks leven is dat voor mij paniek-in-de-tent, maar in dans is het juist fijn om de controle los te laten.

Af en toe gaat deze couchpotato ’s avonds wel eens uit. Dan vind ik harde muziek heerlijk en sta ik juist graag tussen de mensen omdat ik me beschut voel. Ik wil vaker uitgaan. Mijn wens is ook om eens naar festivals te gaan zoals Pinkpop. Vroeger was ik te depressief en angstig maar nu heb ik de behoefte om te ‘leven’.

Dat betekent niet dat ik mijn routines en regels loslaat, want die heb ik nog steeds nodig en juist als ik de deur uitga. Ik probeer die dan aan te passen waar nodig. Ik wil namelijk meer ruimte maken om te lachen en dansen en dat gaat steeds beter. De onzekerheid voor het onbekende en de moeheid achteraf heb ik daar voor over. Met wat hulpmiddelen zoals oordoppen kom ik ook een eind.

Het glas-in-lood-raam dat ik eens maakte op een creatieve vakantie, herinnert mij er aan dat ik mag dansen. Dat een verleden van overleven niet betekent dat er geen hoop is op leven. Jammer trouwens dat creatieve therapie en muziektherapie zijn weg bezuinigd in de GGz. Praten en denken is niet altijd de juiste of enige oplossing.

Dus zoek je nog iemand om mee te dansen, ask me out (ruim van te voren please). Ik moet me voorbereiden en op het moment zelf moet ik er meestal even inkomen, maar uiteindelijk ben ik best soepel in de heupen. 😉 Dansen geeft mij iets om handen en vind ik makkelijker en leuker dan op een terras wat drinken.

Verder hou ik enorm van het theater zoals het Nederlands Dans Theater. Waarom doe ik dat dan amper? Genieten zit nog niet genoeg in mijn systeem. Herinner me er maar eens aan, want soms hang mijn gordijn voor mijn glas-in-loodraam

Hoe voel jij wat je voelt en hoe uit je emoties?

Anders zijn

(Zelf)stigma, stereotypes, vooroordelen enzo

‘Stel je niet aan, autisme is een modeziekte.’

‘Ik zie anders niks aan je.’

Opmerking als deze steken, zeker als je onzeker en gevoelig bent. Mensen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben soms de neiging om gelijk na hun autisme-diagnose te strijden voor algemene acceptatie en begrip. Belangrijker is het om eerst jezelf te leren kennen en authentiek te gaan durven zijn zoals deze vogel.

Natuurlijk ervaar je daarbij het liefst acceptatie van mensen uit de directe omgeving en uit de samenleving. Onbegrip kan je onzeker maken en de neiging bestaat soms om je te verantwoorden of autisme in 123 uit te leggen. Dit kan voelen alsof je een dubbele strijd voert; proces van zelfacceptatie en acceptatie willen van anderen.

In de praktijk is er nu eenmaal veel weerstand tegen ‘anders’ zijn. Denk aan de scepsis tegenover de inzet van ervaringsdeskundigen die er nog steeds in sommige instellingen is. Iemand die kwetsbaar is, kan meer niet dan wel, valt vast en zeker snel uit of is nooit genoeg hersteld om te werken.

Is dit nu stigma, een vooroordeel of discriminatie? Er zijn nogal wat verwarrende begrippen dus raadpleeg ik even Wikipedia.

  • Taboe: iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken.
    • Zo is het vandaag de dag nog steeds geaccepteerder om te praten over fysieke aandoeningen zoals een gebroken been, dan over psychische aandoeningen.
  • Stigmatiseren: een groep personen een negatief label geven op basis van gemeenschappelijke, afwijkende kenmerken.
    • Zo kan je denken dat autisten saai zijn, omdat autisten maar één interesse hebben, waardoor je contact met alle mensen met autisme uit de weg gaat.
  • Zelf-stigma: negatieve oordelen van anderen toepassen op jezelf waardoor je je minderwaardig voelt. (Test of jij aan zelf-stigma doet.)
    • Als je na een paar afgewezen sollicitaties alleen maar denkt aan je zwakke punten, zoals niet flexibel zijn, en niet aan je sterke kanten, zoals altijd je afspraken nakomen.
  •  Self-fulfilling prophecy: je doet een negatieve voorspelling. Door die negatieve focus, komt de voorspelling juist uit.
    • Je hebt je bijvoorbeeld al vaak een buitenbeentje gevoeld. Als je met nieuwe mensen in aanraking komt, denk je dat ze niet op je zitten te wachten. Je gaat contact uit de weg, vindt geen aansluiting en voelt je een… buitenbeentje.
  • Stereotype: een vastliggend overdreven beeld of karakterisering van een groep mensen dat vaak niet (volledig) overeenkomt met de werkelijkheid.
    • Bij autisme is dat bijvoorbeeld dat mensen niet sociaal zijn. Ze willen geen relatie en hebben amper vriendschappen en voelen zich toch niet eenzaam.
  • Vooroordeel: een mening die niet op feiten is gebaseerd en die vaak een generalisering is.
    • Je hebt nog nooit iemand met autisme gezien en er nooit over gelezen, maar zegt soms wel dat iets ‘typisch autistisch’ is.
  • Discriminatie: mensen ten onrechte anders behandelen en ten nadele van die mensen.
    • Een onderwijsinstelling kan bijvoorbeeld iemand uitsluiten van het volgen van een sociale opleiding enkel en alleen omdat hij een diagnose autisme heeft.
  • Pesten: iemand, die vaak op een bepaalde manier afwijkt, bejegenen op manieren die leiden tot fysieke verwonding en/of psychisch lijden.
    • Bijvoorbeeld een bepaald klasgenootje compleet negeren.

Dit zijn alledaagse fenomenen. Mensen versimpelen de werkelijkheid en dat maakt de wereld lekker behapbaar. Het geeft een gevoel van controle als je dingen kent. Stel je je basale kennis niet bij als je nieuwe informatie krijgt en ga je over tot actie, zoals iemand kwetsen, dan zijn vooroordelen schadelijk voor de ander. Je gaat anders met mensen om of vermijdt ze helemaal, waardoor mensen zich minderwaardig kunnen voelen. So, don’t be a bitch 😉

Bij psychische problemen zie je dat mensen geen of te laat sociale steun zoeken in hun omgeving en geen professionele hulp inschakelen. Ze kunnen geïsoleerd raken omdat ze zich niet meer op hun gemak voelen bij mensen die geen psychische problemen hebben (of die ze ook verbergen).

Open zijn vraagt nogal wat van iemand met een psychische aandoening. Als je toch open bent en er geen interesse of begrip is, kan het fijn zijn om te begrijpen waarom dat is. Dan vat je het vaak al minder persoonlijk op.

Zo staan er op internet bij artikelen over de bijstand altijd rottige reacties met woorden als ‘lui’. Ik kan daar boos of verdrietig om worden, maar weet ook dat het niks over mij zegt. Die persoon vindt zijn werk niet leuk, mist erkenning, weet niet wat het is om autisme te hebben, zeurt gewoon graag o.i.d.

Qua autisme probeer ik me steeds minder druk te maken over wat anderen ervan vinden als ik zeg dat ik een diagnose heb. Je kunt het niet aan me zien als je me niet heel vaak hoort of ziet, dus vind ik het menselijk als men verbaasd is. Het gaat erom dat je toch open staat voor elkaar, in gesprek gaat en luistert. Dat kan en hoeft niet met iedereen.

Het is een aanrader voor je herstel om af en toe open te zijn tegen bepaalde mensen. Voor mij hielp dat in de zin van er ‘mogen zijn’ met mijn autisme en alles wat daarbij komt. Het kan bevrijden en helpen bij bestaansrecht voelen. En ik merk dat ik veel meer ‘ik’ ben en juist minder een ‘diagnose‘ of een ‘probleem’ als de spanning weg is van het ‘normaal’ willen zijn.

Los van een diagnose hebben of niet, durf je eigen gekke mooie vogeltje te zijn en fladder. :p Voor inspiratie kun je de docu kijken over mensen die zich niet vrouw of man voelen.

Schrijven

Vermijden vs grenzen aangeven

Tot vanochtend heb ik gepiekerd of ik zou gaan sporten of naar een schrijfcafé zou gaan om 10:00. Fitness doe ik sinds kort iedere zondagochtend. Dat vind ik nog steeds spannend, maar het is wel bekend. Ik heb er een plaatje bij en weet dus wat ik kan verwachten en wat ik moet doen. Het is ook iets dat ik alleen doe, dus kost het geen sociale energie. De andere optie was om naar een schrijfcafé te gaan aan de Piushaven in Tilburg, waar ik nog nooit eerder ben geweest. Dan weet ik niet wat me te wachten staat. Ook niet na zes keer lezen van de informatie op Facebook. :p

Dan is het wikken en wegen. Mijn ratio vond voor- en nadelen voor fitness, maar ook voor het schrijfcafé. Het thema zou zijn ‘zintuigen’. De grootste reden om niet te gaan schrijven, was de angst dat ik dingen zou moeten gaan eten op ‘verkeerde’ tijdstippen of dat ik een andere eetregel zou moeten overtreden. Uiteindelijk had ik verder geen grote nadelen en sporten kan altijd, dus koos ik ervoor om het risico te nemen. Als ik iets kreeg voorgeschoteld wat ik echt niet wilde, kon ik altijd ‘nee’ zeggen.

Helemaal niet gaan zou vermijden zijn, omdat het vooral angst was. Overigens kan dat soms genoeg reden zijn om niet te gaan, als je bijvoorbeeld een te drukke week achter de rug hebt of om een andere reden bewust kiest om niet je angst aan te gaan op dit moment. De scheidslijn tussen grenzen aangeven en iets vermijden vind ik vaak moeilijk te zien. Grenzen aangeven is een gezonde manier om dingen te doen die goed zijn voor jou en ‘nee’ te zeggen tegen dingen niet goed zijn of in verhouding te veel energie kosten.

Vermijding is uit angst dingen niet doen die je wel leuk vindt of dingen die noodzakelijk zijn. Straat- of pleinvrees is een duidelijk voorbeeld waarbij angst je leven ernstig beperkt. Als je i.p.v. vermijding toch iets aangaat, zoals naar buiten gaan, win je op de lange termijn en groei je als persoon. Als je over je grenzen gaat juist niet. Dan ben je niet eerlijk tegenover jezelf en ook niet tegenover de ander.

De omgeving kan vinden dat je vermijdt, terwijl je je grenzen aangeeft. Dat heb ik vaak ervaren voor mijn autismediagnose toen er bijvoorbeeld nog geen rekening werd gehouden met mijn gevoeligheid voor prikkels. Angsten zijn concreter en zichtbaarder en daar zullen mensen eerder aan denken. Mensen die mij goed kennen, zien sneller dat het mijn grens is en niet vermijding.

Ik maak zelf nu ook onderscheid tussen dwangen die bij een dwangstoornis horen (dan gaat het om angst) en dwangen die meer horen bij autisme (routines, gewoontes, ..). De eerste beperken mij. De twee helpen me of zijn noodzakelijk om mijn leven te kunnen leven. In de praktijk is het vaak niet zwart-wit en niet meteen duidelijk wat wat is. Gelukkig hou ik van onduidelijkheid. #not.

Ik ben in ieder geval blij dat ik vandaag het schrijfcafé niet vermeden heb. Het stond al een hele tijd op mijn to-do-list, maar steeds ging ik niet. Het begon in ieder geval helemaal goed omdat ze cappuccino met sojamelk hadden. Met een klein fijn groepje hebben we twee uur lang oefeningen gedaan rondom de zintuigen. Zo kregen we iets op onze handen om te voelen en om aan te ruiken. Daarna mochten we het opeten. Ik zat vlugvlug te denken of ik dat wilde. Het was elf uur en niet half elf (mijn tussendoortjestijd), maar ik vind aardbeien lekker en had om half elf niks op, dus mocht ik de aardbei eten.

Weer genoeg gewikt en gewogen vandaag dus. De rest van de dag was ik ontzettend moe, maar dat zal ook wel door de hitte komen. Tijd voor ijs. O nee, het is nog geen half negen.

Legpuzzel

Zullen we het even centraal houden?

Een voorbeeld van psycholoog Uta Frith maakt gelijk duidelijk wat centraal denken is en wat klein/gedetailleerd denken is. In het eerste geval maak je een legpuzzel met het besef van de totale afbeelding, dus van het eindresultaat. In het tweede geval werk je vanuit, bijvoorbeeld, een bepaalde kleur en werk je stap voor stap. Je kan dan net zo goed de puzzel op zijn kop maken.

Ik schreef al over cognitieve problemen met executieve functies, maar bij mensen met autisme zie je ook cognitieve problemen met centrale coherentie (CC). De oorzaak kan zijn dat er veel paadjes in het brein actief zijn, waardoor het langer duurt voor je bij de plaats van bestemming komt (het gedrag); niet handig in het dagelijkse leven. Bij mensen zonder autisme gaan de wegen meestal rechtstreeks naar de plaats van bestemming en worden allerlei zijweggetjes niet meegenomen in de route. Dat kost minder brandstof.

Bij mijn diagnostisch onderzoek kreeg ik een complex en gedetailleerd figuur om na te tekenen. Ik tekende gelijk vanuit een hoek en maakte daar steeds een lijntje aan vast. Op het eind vond ik de verhoudingen slecht en baalde ik dat ik niet eerst de grote lijnen had getekend. Dan had ik een kader gehad en dus coherentie (= samenhang). Bij testen scoren mensen met autisme vaak juist wel weer hoog op het vinden van verborgen figuren. In de vrije tijd kunnen zoekplaten of puzzels daarom voldoening geven.

Zwart-wit gezegd begint de informatieverwerking van mensen met autisme bij de details (bottom-up) en bij mensen zonder autisme bij de grote lijnen (top-down). Ik had bij het studeren bijvoorbeeld altijd moeite met de kern en leerde alles. Ik maakte een samenvatting van een samenvatting van een samenvatting en dan pas had ik de kern te pakken. Dat koste zoveel tijd..

De kunst is om niet te blijven hangen in details, maar te kijken naar waar het om gaat. Dat lukt niet altijd. Zo ging ik als kind eens witlof halen. Ik raakte in de war over wat een ons was en wat een pond. Ik bleef daarover piekeren i.p.v. dat ik logisch ging nadenken uit hoeveel mensen het gezin bestond en hoeveel witlof wij normaal op tafel hadden staan. Volgens mij nam ik witlof mee voor een heel weeshuis.

Mensen met een sterke CC zien sneller wat er toe doet. Ze zien samenhang tussen losse delen informatie en nemen de context mee bij het betekenis geven aan informatie. Ze maken als het ware automatisch een film van alle losse beelden en denken niet in fragmenten. Ze zien gelijk wanneer ‘bank’ een zitbank is en wanneer het een financiële dienstverlener betreft. Zie ook dit filmpje over contextblindheid.

Het grootste nadeel van een zwakke centrale coherentie is voor mij geen overzicht hebben zodat er chaos en angst ontstaan. Dit is één van de redenen waarom routines en structuur zo belangrijk zijn. Die geven houvast in een wereld vol met veranderingen en prikkels.

Zo liep ik gisteren bijna tegen twee hekjes aan, ook al hadden ze een grote rode cirkel met witte streep. Blijkbaar was de ingang verplaatst in de supermarkt naar een meter ernaast. Ik was totaal overweldigd door de mensen, geluiden, kleuren e.d. en selecteerde niet de belangrijkste prikkels, maar liep zonder nadenken de vaste weg.

Toch kan iets wat vertrouwd of hetzelfde lijkt, telkens onzeker maken, omdat het moeilijk is om te generaliseren, dus om wat je leert mee te nemen naar een volgende en vergelijkbare situatie. Sociale situaties zijn bijvoorbeeld iedere keer weer nieuw en dus spannend. Al ken ik iemand al honderd jaar, ik weet niet hoe te begroeten. Wat zal ik zeggen? Geef ik een hand, drie kussen of een knuffel? Waar moet ik kijken? Dus wacht ik af wat de ander doet. Dat is geen probleem tot ik iemand tegenkom die ook afwachtend is.

Het kan ook iedere keer een lastige beslissing zijn wie je feliciteert. Wie van je familie? Ook een neef die je al een jaar niet gezien hebt? En wie op je werk? En geef je daar ook drie kussen? Ontzettend vermoeiend en soms sla je het maar over, omdat je niet weet hoe te handelen. Je denkt vanuit jouw regels en handelt niet vanuit intuïtie en spontaniteit. Het probleem is dat regels afhangen van de omgeving/context en die is nooit 100% hetzelfde.

Een zwakke CC is een onzichtbare handicap die moeilijk te begrijpen is voor wetenschappers, hulpverleners en al helemaal voor jezelf. Hoe ik er probeer mee om te gaan:

  • De tijd nemen om uit te zoomen als iemand me iets vraagt door bijvoorbeeld te zeggen dat ik er even over moet nadenken. Ik hoef niet meteen te reageren, want dan doe ik misschien dingen die ik niet wil.
  • Ik kan overprikkeld raken van gedachten en niet alleen van prikkels uit de omgeving. Al die associaties en details in mijn hoofd zijn vermoeiend. Op tijd ontprikkelen en ontspannen dus.
  • Voor mensen uit mijn directe omgeving kan het waardevol zijn om te begrijpen waarom ik denk zoal ik denk en doe zoals ik doe. Dan kan ik ook vragen om hulp bij to the point komen bijvoorbeeld.
  • Als ik iets niet begrijp, erken ik dat. Dus ik lach niet meer nep als ik een grap niet snap, maar vraag om uitleg.
  • Doelen stellen kan helpen met focussen. Als ik afdwaal, probeer ik aan mijn doel te denken.

Nog iets wat ik doe is mijn blog laten nakijken door iemand die er met afstand naar kijkt. Mijn blogs ontstaan bij de keuze voor een bepaald onderwerp, maar daarna is het een explosie van associaties in mijn hoofd. Die schrijf ik op en dan zet ik alles in een hopelijk logische volgorde. Het is fijn als iemand kijkt of er een rode draad door de woorden loopt.

Dus op de vraag of ik het ‘even’ centraal kan houden antwoord ik: als je me ‘even’ de tijd geeft 😉

Drempel

Als alledaagse functies uitvoeren moeizaam gaat

Executieve functies (EF) zijn een soort dirigent van je gedrag. Bij autisme, ADHD en OCD loopt de uitvoering door de dirigent soms achter. Annelies Spek omschrijft EF in haar boek ‘Autismespectrum stoornissen bij volwassenen’ als de hersenfuncties die je nodig hebt in situaties waarin eerder aangeleerde routines onvoldoende werken.

Er zijn verschillende EF. Ze ontwikkelen zich gedurende het leven. Zo nemen planningsvaardigheden toe na de adolescentie. Wetenschappelijk onderzoek wijst op problemen in de EF bij mensen met autisme.

Door de theorie over EF besefte ik waarom ik zo vaak een hoge drempel ervaar voor eigenlijk alles en hoe ik leefde op discipline om taken te starten en af te maken. Dat inzicht verlaagt de drempel niet, maar het begrijpen is al fijn. Ik ben milder voor mezelf als iets niet lukt en vraag eerder hulp.

Ook zie ik bepaald gedrag van mezelf als noodzakelijk en niet enkel als dwangmatig en gebaseerd op angst en controle. Zo zijn mijn vele lijstjes en planning noodzakelijk. Dagelijks maak ik een planning voor de volgende dag:

  • Ik kijk in mijn agenda wat ik te doen heb buiten de deur.
  • Ik plan daar andere ‘buitenactiviteiten’ omheen, zoals boodschappen doen.
  • Ik heb een gedetailleerd schema met to-do-lijstjes, qua huishouden, vrije tijd en zelfzorg.
  • Ik moet daarbij prioriteiten stellen, wat ik lastig vind.
  • Dan zet ik alles in de juiste volgorde.
  • Dan schat ik de benodigde tijd. Eventueel moet ik iets schrappen om stress te voorkomen.
  • Vaak maak ik een plan B, omdat ik die niet spontaan kan bedenken als plan A verandert.
  • Ik plan ook wat ik eet en drink.
  • Als ik iets gedaan heb, streep ik het door zodat ik niet alleen denk aan wat ik nog doen moet, maar me besef dat ik dingen gedaan heb.

Duidelijkheid over afspraken is voor het plannen belangrijk. Als je iets gevraagd hebt aan iemand met autisme, maar hij blijkt het niet gedaan te hebben, kan het komen doordat de tijd en plaats niet duidelijk waren. Als er iets verandert, zoals de tijd, moet ik her-plannen en dat duurt even.

Na het plannen, komt het handelen zelf. Beginnen met een actie, klein of groot, is lastig. Waar te beginnen? Denk ook aan problemen met initiatief nemen. Ik blijf vaak hangen in denken of durf geen stap te zetten. Dat kan een verkeerde indruk wekken bij anderen (zoals desinteresse). Achteraf baal ik vaak als ik iets niet gedaan kreeg.

Ik denk dat ik allerlei regels en routines heb ingebouwd in mijn leven om onbewust toch allerlei drempels over te komen, maar ook juist om niet impulsief te zijn. Een voorbeeldje is dat ik per maand bepaal of ik blog en op welke dag en tijd. Anders blog ik of vanuit een hyperbui of niet, omdat ik geen stok achter de deur heb.

Veel gedrag automatiseert niet bij mensen met autisme. Ook daarbij kan een lijstje helpen als startpunt met daarop welke handelingen gedaan moeten worden en in welke volgorde. Het geeft het overzicht dat je mist in je hoofd. Bijvoorbeeld als je thuis vertrekt:

  • Nadenken over wat er mee moet
  • Naar het weer kijken (temperatuur en regen)
  • Tas inpakken
  • Ramen dichtdoen
  • Schoenen en jas aan
  • Even rustig ademhalen
  • Sleutel pakken en deur op slot

Anders bestaat het risico dat je keer op keer stress hebt over wat eerst moet en of je niets vergeten bent. Nadeel is dat je in de war kan raken als één van de stappen verandert, want dan stort het kaartenhuis in elkaar. Soms kan een mindfulness-oefening dan helpen; je (h)erkent wat er gebeurt, laat de spanning zakken en probeert het opnieuw.

Je impulsen reguleren valt ook onder EF. Ik heb daarmee een dagelijkse frustratie wat mailen en social media betreft en dit is ook waarom ik niet kan stoppen met dwangmatig huidpulken. Er is een link met de moeizame prikkelverwerking. Als ik overprikkeld ben, ben ik impulsiever. Door moeheid en een te vol hoofd, kan ik mezelf minder reguleren.

Emotieregulatie valt ook onder EF. Om goed met emoties te kunnen omgaan, moet je ze herkennen. Dan moet je een reactie bepalen en sturen. Een huilbui of woedeuitbarsting is een impulsieve uiting van je emotie. Ontprikkelen en uitrusten zijn dan essentieel. Blijven hangen in de emotie komt ook voor, omdat loslaten lastig is. Zo kan ik een week van slag zijn door een appje of niet in slaap komen als ik blij ben.

Onder EF-problemen kan ook een concentratieprobleem vallen of moeite hebben met zelfreflectie (eerste heb ik, tweede niet geloof ik). Er zijn dus verschillende EF en daarom zijn ze lastig te omvatten. Ook omdat het om cognitieve en niet zichtbare processen gaat.

EF meten in wetenschappelijk of diagnostisch onderzoek is daarom niet eenvoudig. Intelligente mensen kunnen goed scoren op gestructureerde duidelijke opgaven, maar in het echte leven loopt er van alles door elkaar en is veel onvoorspelbaar. Tot nu toe blijkt uit hersenonderzoek dat bij mensen met autisme mogelijk sprake is van een vertraging in het rijpingsproces van de prefrontale cortex.

In de praktijk spelen daarnaast intelligentie en leeftijd een  rol, dus kun je beter per individu kijken hoe EF ontwikkeld zijn. Met intelligentie kun je beperkingen soms compenseren, maar problemen met EF blijven een niet te onderschatten onderdeel van het dagelijks leven. Dit niet erkennen kan leiden tot overvraging en daarna tot overbelasting.

Neem het dus serieus en zorg goed voor jezelf. Bij studeren bijvoorbeeld of het huishouden. Het is een een beetje trial-and-error wat jou kan helpen bij problemen met EF. Bij het huishouden kan je:

  • Planning maken (in woord of in beeld)
  • Samen poetsten (vriend, mantelzorger, ..)
  • Professionele hulp inschakelen (pgb, huishoudster, ..)
  • Jezelf belonen
  • Vaste dagen inplannen voor taken
  • Activerende muziek opzetten
  • Een speciale app downloaden

Als de omgeving rekening houdt met jouw specifieke problemen met EF, kan je beter tot je recht komen. Duidelijke taken en complimenten op je werk helpen bijvoorbeeld. Thuis kan het fijn zijn als het netjes en rustig is en als huisgenoten op tijd dingen zeggen. Geef aan wat je nodig hebt.

Hier nog een filmpje waarin een andere ervaringsdeskundige vertelt over EF. Deel jouw ervaringen of tips hieronder. 🙂

Spierballen!

Keep calm and fitness

file-2

Lukt het niet om je natuurlijke neiging tot tekst letterlijk nemen te corrigeren, lees dan niet verder. Ga je de uitdaging aan omdat je sterker wil worden, lees verder. Ik fitness sinds kort en zoals je weet zijn nieuwe dingen voor mensen met autisme eng, vermoeiend en ingewikkeld. Ook mensen zonder diagnose zullen het wiel moeten uitvinden in het begin. Daarom wat tips.

Eerste keer:

  • Breathe.
  • Neem een vertrouwd persoon mee die verstand heeft van de apparaten en het gebruik ervan kan laten zien. Desnoods een tweede keer, want de eerste keer komt niet alles binnen.
  • Een andere optie is vragen om begeleiding van iemand van de sportschool zelf. Dan kan je denken dat je lastig bent en dat die persoon niet op je zit te wachten, maar besef je dat het hun werk is.
  • Durf je niet om hulp te vragen, maak dan blunders, zodat er vanzelf iemand op je af komt om je te redden.
  • Vraag om een sportschema. Waarschijnlijk herken je de apparaten van het plaatje niet met die in irl, maar het geeft toch wat houvast.

Wanneer gaan?

  • Tijdens daluren kan je je verloren voelen, maar het is lekker rustig. Buiten de daluren verdwijn je in de massa wat een veilig gevoel geeft, maar het kan voorkomen dat iemand je apparatenroutine in de weg zit.
  • Stem de dag af op wanneer je je haren mag wassen, want je zweet en je wil je haar niet extra wassen omdat de boel dan uitdroogt.
  • Durf af te wijken van je plan om te gaan fitnessen, bijvoorbeeld als er iets belangrijks tussenkomt of als het buiten 30 graden is.

Voorbereiding:

  • Zeg tegen bezorgde mensen niet dat je sport als je slank bent of zeg er gelijk bij dat je goed eet en niet van plan bent om af te vallen. Zeg tegen niet-vegans dat er genoeg plantaardige eiwitten zijn.
  • Neem mee: sportschoenen voor binnen, flesje, euro voor kluisje, badhanddoek, lippenbalsem voor als je eraan verslaafd bent en het pasje van de sportschool.
  • Word je snel moe van je gedachten? Er zijn elastieken om je haar uit je gezicht te houden die zo strak staan dat ze je hoofd afknellen.
  • Ga op de fiets of te voet. Zo bespaar je benzine. Je mag de tijd meetellen als opwarming en coolingdown.
  • Als je wijs bent, doe dan je steunzolen in je sportschoenen. Als je lui bent, doe het dan niet.
  • Warm op met cardio. Minder noodzakelijk bij angst omdat dat al verwarmt. Ga niet fietsen. Dat doe je al genoeg in je leven.
  • Spreek met jezelf een tijd af die je minimaal moet volbrengen in de sportschool, zodat je niet meteen weggaat als je je ongemakkelijk voelt (lees: na vijf minuten).
  • Bedenk een aantal mantra’s zoals: ‘fouten maken mag’ en ‘je best doen is goed genoeg’.

Wat de apparaten betreft:

  • Lees de instructiebordjes. Begrijp je het niet? Je bent niet de enigste.
  • Strek je ledematen nooit volledig. Pas extra op als je hypermobiel bent. Een andere optie is apparaten vermijden waarbij je makkelijk overstrekt (knak).
  • Doe niet te ambitieus met het aantal kilo’s. Onderdruk de neiging tot macho zijn. Dat lukt vast als je dit misselijkmakende filmpje kijkt.
  • Ook al ben je kleiner dan de gemiddelde Nederlander, verstel de apparaten niet. Dat is weggelegd voor geduldige mensen.
  • Ga er als vegan van uit dat er geen echt leer op de zittingen zit. Je hoeft niet te huilen of in actie te komen voor dierenrechten.
  • Per apparaat doe je een setje van 3 omdat 3 maal scheepsrecht is. 15 en 10 zijn geaccepteerd. Je kan dus kiezen voor 3 keer 15 of 3 keer 10. Bij varianten verzoek ik je om de sportschool onmiddellijk te verlaten.
  • Op een depressieve dag, mag je 3 keer 13 doen. Beloon jezelf achteraf voor dat dat je bent gaan sporten terwijl er 3 torenhoge drempels lagen voor je voordeur.
  • Neem pauzes. Je kan tellen, een ademhalingsoefening doen, water drinken, rekken en strekken of naar buiten kijken.
  • Denk aan je bekkenbodemspieren of draag een TenaLady.
  • Train al je spieren. @vrouwen, dus niet alleen je buik. @Mannen, niet alleen je armen!
  • Irriteer je niet aan dat er verschillende tv’s aanstaan terwijl je niks hoort door de muziek en het lawaai van de apparaten.
  • Voelt een beweging onnatuurlijk? Je doet het goed. Doet het pijn? Stop.

Hygiëne:

  • Denk niet aan welke en wiens bacteriën er op de apparaten zitten.
  • Je handdoek hang je over het apparaat met steeds dezelfde kant (met het waslabel) naar beneden, zodat de andere en onbesmette kant beschikbaar blijft om zweet te deppen.
  • Onderdruk de neiging tot handen wassen. Als je helemaal klaar bent, mag dat pas.

Sociale vaardigheden:

  • Het is mij niet duidelijk of ‘hoi’ zeggen of oogcontact maken gebruikelijk is. Ik zit nog in de afwachtende fase. Zegt iemand wat, dan zeg ik wat terug. Doe vooral wat goed voelt voor jou, als je dat kunt..
  • Een fitnessmaatje is gezellig. Als je een blunder maakt, kun je samen lachen. Je kan samen uitzoeken hoe apparaten werken en je bent elkaars stok achter de deur om te gaan.
  • Ik ga alleen, zodat ik kan gaan wanneer ik zelf wil (lees: ik zou niet weten wie mee wil).
  • Laat je smartphone in je kluisje. Gebruik dit moment om je socialmedia-verslaving niet te voeden. Het maakt dat je minder in jezelf gekeerd bent (tenzij je nagels heel interessant zijn).
  • De muziek staat al aan dus neem niet zelfs iets mee. Oortjes staan ongezellig. Accepteer de muziek die op staat; een radiozender met opbeurende deuntjes.
  • Er komen mensen in alle soorten en maten en daar pas jij hoe dan ook tussen. Feel the diversity.
  • Als je ouder bent dan vijfentwintig, voel je dan niet bekeken. Die fase heb je gehad en mensen hebben wel wat beters te doen dan kijken of je niet verkeerd om op een apparaat zit.
  • Niet staren naar anderen of afkijken hoe zij een apparaat gebruiken.
  • Niet kreunen: dit is een hint voor bepaalde personen.

Uiterlijk:

  • Uiteraard doe je sportkleding aan; hip, maar niet te. Het is geen modeshow.
  • Niet te strak voor de dames of doe een lang shirtje over je legging. Niet te bloot, maar ook geen coltrui. Tegenwoordig mag je sportbeha gezien worden.
  • Over die sportbeha: je cup wordt er door afgeplat, maar je doel is niet uiterlijkgericht. Stel prioriteiten.
  • Ben je bleek? Ga onder de zonnebank. Mensen die fitnessen zijn mensen die zonnebanken. Er staat immers in iedere sportschool een zonnebank. Word niet oranje.
  • Geen make-up, want je zweet het er af. Had je al make-up op, dan kan je het vooraf verwijderen of je laat het zitten. Watjijwil, maar denk er niet te lang over na.
  • Denk aan je gezicht. Beweeg je mond niet mee met de oefeningen, glimlach subtiel en kijk zelfverzekerd.
  • Wordt niet te gespierd, zeker als vrouw zijnde. Het is nooit mooi en men vindt je een uitslover. Maak je bewegingen ook af ipv ze kort en snel te doen, om zo korte ronde spierballen te voorkomen.
  • Kijk niet in de giga spiegel.

Verwerkingsproces:

  • Sluit af met cardio.
  • Check minstens 3 keer of je je euro uit het kluisje hebt gehaald.
  • Douchen doe je thuis, tenzij je naast je sporttas ook nog een tas wil meenemen met al je toiletspullen, slippers, een schone handdoek en bourkini.
  • Geef jezelf een schouderklopje.
  • Deel je prestatie op socialmedia, want anders was alles voor niks. Maak er een grap bij. Dat hoort als je trots bent, want anders vindt men je een vervelende aandachttrekker.
  • Kijk niet meteen in de spiegel. Er is geen zichtbaar effect. Nee, ook niet na twee of drie keer.
  • Een kort dutje heb je verdiend.
  • Ontprikkel.

Sport met mate. Het moet gezond blijven en passen in je agenda. Sport ook niet te weinig, want dat is zonde van je financiële investering en de drempel om te gaan wordt alleen maar hoger. Enne.. het moet leuk blijven. Als je na het overwinnen van angst met tegenzin blijft gaan, zoek dan iets anders.

Sporten geeft daginvulling, plezier en vermindert psychische klachten en stress. Dan moet je wel doen wat bij je past. Of dat nou fitness is, wandelen of volleybal. Misschien moet je eerst nog een trauma verwerken van gym van de middelbare school (altijd als laatste gekozen worden voor een team, de longen uit je lijf rennen en een 6 krijgen, ..).

Al met al wil ik je vooral meegeven dat je niet te veel moet nadenken. Maak je hoofd leeg en kom in je lijf. Het werkt (na 3 maanden ofzo). Heb je nog vragen over sport, stel ze vooral niet aan mij. Deel je hieronder jouw sportblunder of tip?

Brainblocks

Een autistisch brein?

Dat autisme een andere manier van informatieverwerking is, is een gangbare uitdrukking. De een noemt het een ‘ander soort’ brein en de ander noemt het een stoornis. Je leert over autisme dat zintuiglijke prikkels op een andere manier worden verwerkt in de hersenen. Een veelgebruikt model om dit beeldend uit te leggen en te vergelijken met een niet-autistische informatieverwerking is dat van Brainblocks.

Op het plaatje hierboven zie je links de denkwijze van iemand zonder autisme, dan de denkwijze van iemand met autisme en rechts van iemand met autisme met ongefilterde informatie. Die overprikkeling voelt als heel herkenbaar voor mij en andere mensen met autisme. ‘Ja, zo is het!’ Zo is het als je geen filter hebt, iets wat iemand zonder autisme wel heeft.

Wat er in je hoofd gebeurt is allemaal onzichtbaar natuurlijk en het is verhelderend als je ergens een plaatje bij hebt. Dan begrijp je zelf beter wat er in je hoofd gebeurt en kunnen anderen je beter begrijpen, accepteren en ondersteunen. Soms zijn bepaalde gewaarwordingen bovendien niet te verwoorden en een plaatje kan dan wat rust geven.

Brainblocks is een handig hulpmiddel, bijvoorbeeld bij psycho-educatie, maar het blijft een versimpeling van de werkelijkheid. Daarnaast zijn de verschillen tussen mensen met en zonder autisme niet zo zwart-wit. Als ze dat wel zijn, kun je zoiets niet eenvoudig aantonen. Ook al zet de neurowetenschap stappen, je moet voorzichtig zijn met er conclusies aan verbinden.

Die voorzichtigheid mis je vaak in (digitale) nieuwsberichten waar enthousiasme overheerst. Ik ben niet zo’n fan van krantenberichten over wetenschappelijk onderzoek. De vertaling naar de praktijk is vaak iets te enthousiast. Beter is het om zelf de wetenschappelijke artikelen te lezen, maar daar heeft niet iedereen toegang toe en de artikelen zijn vaak ingewikkeld (Engels, vaktermen, statistiek, ..).

Wat je wel kan doen is interviews lezen, zoals deze in de Volkskrant met Gerrit Glas; behandelend psychiater en hoogleraar in de filosofie. Dan is de bron al directer en genuanceerder. Gerrit Glas zegt bijvoorbeeld dat alleen al het feit dat je iets kunt lokaliseren in de hersenen van patiënten, bijvoorbeeld die een angststoornis hebben, het prettige idee geeft dat je met iets concreets te maken hebt.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het toch als een kleine bevestiging zie dat een neuropsycholoog eens aan me vroeg of ik autisme had, toen ik de diagnose nog niet had, maar een intake had voor een nieuwe behandeling (rTMS) voor een dwangstoornis. Dat was o.b.v en EEG, waarbij elektroden op je hoofd worden geplaatst die je hersenactiviteit meten in verschillende gebieden. Hij zag een bepaald patroon wat hij herkende bij mensen met autisme. Volgens mij had het te maken met spiegelneuronen.

Ik ben iemand die het liefst honderd keer ergens bevestiging van krijgt, dus dan is het toch een fijn idee. Zeker na een late diagnose autisme en na vele andere diagnoses gehad te hebben, die niet de kern waren. Maar misschien ook een illusie of een toevalligheid… Je weet ook maar zelden wat er het eerst was; afwijking in het brein beïnvloedt je gedachten, gedrag en gevoel of vice versa.

Het diagnostisch onderzoek dat ik later kreeg was veel uitgebreider. De neurowetenschap is ook echt nog niet zover dat ze op basis van je brein een diagnose zoals ADHD of autisme kunnen vaststellen. Het is niet zo dat je kan zeggen dat iets echter of objectiever is als je het met het brein aan kan tonen. Huidige technieken, zoals fMRI, zijn niet heilig. Ook daarbij moet je interpreteren, zoals je dat doet bij vragenlijsten, interviews en observaties.

Toch is onderzoek in de psychologie en psychiatrie al jaren gericht op het brein. Het probleem is dat het onderzoek is en dat hoeft niet altijd iets op te leveren voor de praktijk. Vaak levert het zelfs niets op, terwijl onderzoek eigenlijk zou moeten zorgen voor betere kwaliteit van leven van mensen met autisme.

Ook buiten de wetenschap is het brein een populair onderwerp. Er zijn verschillende tijdschriften en programma’s, die ik en veel anderen leuk vinden. In Nederland is Prof. dr Erik Scherder bijvoorbeeld bekend, die erg enthousiast vertelt over het menselijk brein.  Mensen versimpelen informatie om het te kunnen onthouden, maar de nuance gaat vaak verloren. Dat geeft niet, want we hoeven niet de hele dag wetenschappelijk verantwoord te praten, maar het goed is om je dat af en toe te realiseren.

Ik ben nu overigens overprikkeld, door de verschillende bronnen die ik net gelezen heb. Ik had ook een lunch gehad vandaag met mijn zusje en moeder vanwege moederdag en daarna heb ik nog een dansvoorstelling gezien. Ik hoop dat het een beetje te volgen is hierboven. Zo niet, let me know. Ik geef antwoord als de blokjes in mijn brein weer een beetje op een rijtje liggen 😉

Als je nog een leuke aanvulling heb over het (autistisch) brein of ander (wetenschappelijk) onderzoek, deel hem dan hieronder.