Naast overgevoeligheid, zie je bij mensen met autisme vaak ondergevoeligheid. Dan komen prikkels niet (sterk genoeg) door en wordt dus informatie gemist. Als je bijvoorbeeld bepaalde lichamelijke prikkels mist zoals gespannen schouders, kan je over je grenzen gaan.

Soms komen prikkels niet goed door omdat je ergens anders zo op gefocust bent. Of prikkels komen niet meer door omdat je overprikkeld bent. Het kan ook zijn dat je lichaamssignalen wel waarneemt, maar ze kan interpreteren of dat je niet tot actie komt na het waarnemen van prikkels door problemen met executieve functies.

Naast dat prikkels niet binnenkomen, kan het zijn dat je brein te weinig prikkels heeft. Bij onderprikkeling ga je juist (onbewust) op zoek naar prikkels. Hoe ziet dat er bij mij uit? Als kind drukte ik bijvoorbeeld op mijn ogen, beet ik nagels en kneep ik mezelf. Ik duimde en drukte daarbij een doekje of knuffel tegen mijn neus. Als jongere kraste ik op mijn benen, epileerde ik mezelf tot bloedens toe en trok haren uit mijn hoofd. Als volwassene doe ik het volgende:

  • Ik draag het liefst strakke kleding en kan als het warm is niet slapen zonder dekbed. Ik hou niet zo van lichamelijke aanraking, tenzij ik een vriend heb, maar dan moet een knuffel stevig zijn. Als ik lees, druk ik de punten van de kaft hard in mijn handen.
  • Ik ruik regelmatig aan mijn handen.
  • Ik heb altijd onrust in mijn handen en wrijf over mijn nagels, speel met mijn ring, tik op de tafel of tik op mijn telefoon. Gelukkig zijn er speciale speeltjes: fidget toys.
  • Als niemand het ziet, wiebel ik met mijn benen, voeten en/of tenen.
  • Ik zou het liefst de hele dag eten en drinken en hou van stevige maaltijden. Dus bijvoorbeeld liever stamppot dan soep. Havermoutpap moet dik zijn en ik hou van de bubbels van frisdrank (mijn darmen overigens niet).
  • In mijn hoofd moet ik soms een woord keer op keer nadrukkelijk uitspreken. Soms heb ik een stopwoordje of -zinnetje dat ik herhaaldelijk uitspreek, met een hoog stemmetje. Dan roep ik bijvoorbeeld non-stop een bepaald koosnaampje tegen mijn hondje (sorry Josje).
  • Ik heb periodes waarin ik hyper ben, veel inspiratie heb en constant (nieuwe) dingen zoek om te ondernemen. Het is overigens een enorm verschil als je prikkels zelf opzoekt (controle) dan dat ze je overkomen (geen voorbereidingstijd). Daarom kan iemand met autisme wel naar een concert.
  • Verder zijn skin-picking en trichotillomanie uitingen van onderprikkeling.

Ik dacht dat ik vooral last had van overprikkeling, maar realiseer me nu dat ik onderprikkeling vaak niet herkend heb. Om hier ook beter inzicht in te krijgen bij jezelf kan je per zintuig onderzoeken hoe onderprikkeling er uit ziet. Enkele van de voorbeelden van symptomen die ik vond op de website van Praktisch Autisme zijn:

Zien:

  • Met de vingers voor de ogen bewegen.
  • De omtrek van voorwerpen aftasten.
  • Snelle oogbewegingen maken.
  • Tics met de ogen, zoals knipperen.

Horen:

  • Geluid maken, zoals trommelen.
  • Voorkeur hebben voor een drukke omgeving.

Tastzin:

  • Hoge pijn- of temperatuurgrens.
  • Ziekteverschijnselen of pijn niet aanvoelen.
  • Niet aanvoelen wanneer je naar de wc moet.
  • Voelen aan dingen in de omgeving.

Smaak:

  • Likken aan voorwerpen.
  • Oneetbare dingen eten.
  • Voorkeur voor knapperig en/of hard eten.
  • Veel drinken en/of eten.

Reuk:

  • Ruiken aan voorwerpen.
  • Voorkeur hebben voor sterke geuren.

Het is vaak niet makkelijk te herkennen, er is weinig over te lezen en je hoort mensen er niet zo vaak over spreken als over overprikkeling. Dat kan er ook mee te maken hebben dat bepaalde symptomen anders verklaard kunnen worden. Pittig eten is misschien gewoon een kwestie van smaak of je friemelt omdat je zenuwachtig bent. Om het nog ingewikkelder te maken; over- en onderprikkeling dansen met elkaar.

Zo kan overprikkeling leiden tot onderprikkeling. Zo was ik laatst overprikkeld na het geven van een presentatie over autisme. Ik liep alles na in mijn hoofd, vulde aan wat ik niet gezegd had, dacht na over de reacties enzovoorts. Toen ik thuis was, ging ik mijn hondje uitlaten. Weer binnen had ik geen idee of ze geplast had. Ook wist ik niet waar ik mijn telefoon had weggelegd. En als ik overprikkeld ben, neem ik geen nieuwe informatie meer op. Dan moet ik navragen wat iemand zei of dingen overlezen.

Onderprikkeling kan ook leiden tot overprikkeling. Dat zie je ook bij ADHD. Dan ben je op zoek naar prikkels, vanuit bijvoorbeeld verveling of onrust (zie dit filmpje over stimming; zelfstimulerende tics). Vervolgens doe je te veel omdat je niet kan doseren of remmen en raak je overprikkeld. De kunst is om een balans te vinden tussen niet te veel en niet te weinig prikkels. Je kan dat leren door jezelf goed in de gaten te houden en te leren van ‘fouten’. Ook kan je feedback vragen van anderen of om professionele hulp vragen.

Ik heb me altijd geërgerd aan tics van andere mensen. Dat is nog zo omdat het voor mij een prikkel is die ik niet kan wegfilteren en waar ik geen controle over heb. Tegelijkertijd begrijp ik waarom iemand wiebelt, friemelt of wat dan ook doet. Vroeger wilde ik het liefst iedereen corrigeren, maar nu snap ik dat het een functie heeft. Ik heb ook geleerd het bij mezelf toe te staan.

Wel hoop ik schadelijk gedrag, zoals mijn huid openkrabben, om te kunnen buigen naar niet schadelijk gedrag, zoals masseren. Verder is het een uitdaging om genoeg (intellectuele) uitdaging te vinden in mijn bezigheden zonder overprikkeld te raken. Vanuit een leergierig karakter wil ik veel, maar ik moet rekening houden met mijn gevoelige oren en ogen.

Heb jij last van onderprikkeling en hoe ga je ermee om?