Wat is overprikkeling?

Wat voor mij een belangrijk verschil was tussen mijn eerdere diagnoses (persoonlijkheids- en dwangstoornis) en mijn autismediagnose, was de (h)erkenning van mijn extreme gevoeligheid voor prikkels. Met name wat ik hoor en zie. Ik heb bijvoorbeeld nooit tegen rommel gekund, heb vaak met mijn handen op mijn oren gezeten en leefde als jongere zowat op mijn rustige slaapkamer.

Als volwassene is het een hele uitdaging om mijn agenda af te stemmen op deze kwetsbaarheid. Als ik te veel doe, kan ik vervolgens niets anders dan slapen of gewoon een beetje zitten op de bank. Ik ben dan kapot en het voelt alsof heel veel mensen met hun handen op mijn voorhoofd tikken. Mijn brein is als een ingestort gebouw waardoor ik niet meer goed uit mijn woorden kom en zo snel mogelijk alleen wil zijn. Hoe komt dit zo?

De hele dag door nemen we van alles waar met onze zintuigen; zicht, gehoor, reuk, smaak en tastzin. Alle prikkels worden verwerkt in je hersenen. Die bepalen hoe en wat we waarnemen. Bij het waarnemen zie je bij mensen met autisme vaak overgevoeligheid voor prikkels waardoor ze overprikkeld kunnen raken. Er is als het ware geen filter waardoor ook onbelangrijke prikkels worden waargenomen. Mensen zonder autisme hebben die filter wel en als ze iets toch niet filteren, kunnen ze er vervolgens sneller aan wennen.

Sinds 2017 wordt de DSM-5 gebruikt bij het stellen van diagnoses. Groot voordeel is dat er met deze nieuwe versie van het psychiatrisch handboek eindelijk aandacht is voor over- en ondergevoeligheid (valt onder criteriumgroep B: beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten). Voor een betere kwaliteit van leven is het belangrijk om je prikkelgevoeligheid in kaart te brengen; voor welke prikkels ben je gevoelig en hoe ga je daarmee om?

Bij deze ga ik in op overprikkeling per zintuig en wat je eraan kunt doen:

  • Veel mensen met autisme horen extra goed, storen zich sneller aan geluiden en vinden het lastig als er meerdere geluiden tegelijk zijn. Denk aan een gesprek voeren terwijl er achtergrondgeluid is. Op het werk kan overgevoeligheid voor geluiden het aantal uren dat iemand werkt beperken. Thuis is er vaak irritatie over geluiden van medebewoners of buren.
    • Gebruik oordoppen of een koptelefoon.
    • Probeer geluid te overstemmen met een zelfgekozen geluid, zoals muziek.
    • Koop stille apparaten of zet het geluid op stil.
    • Als je moet bellen, zorg dan voor een stille omgeving.
  • Mensen met autisme kunnen last hebben van visuele prikkels zoals fel licht en moeite hebben om iets te negeren, zoals een vuiltje op iemands schouder.
    • Draag een zonnebril.
    • Koop dichte kasten.
    • Ruim rommel op.
  • Mensen met autisme kunnen moeite hebben met bepaalde kleding en met aangeraakt worden, vooral als het onverwacht is. Sommigen hebben minder moeite met iemand anders aanraken omdat ze dan controle hebben.
    • Knip labeltjes af van kleding.
    • Draag geen stof waar je huid van geïrriteerd raakt.
    • Je kan het aangeven als je liever geen zoenen, knuffels of een hand geeft.
    • In een relatie kan je aangeven wat voor soort aanraking je wel en niet prettig vindt.
  • Ook voor geuren kan iemand met autisme overgevoelig zijn. Denk aan geuren van andere mensen of chemische geuren zoals parfum. Sommigen worden zelfs misselijk.
    • Ruik aan iets anders ter afleiding.
  • Mensen met autisme kunnen overgevoelig zijn voor smaak en textuur van bepaald voedsel. Het is een probleem als iemand bepaalde voedingstoffen niet binnenkrijgt en het is vervelend als iemand beperkt is qua activiteiten (bijvoorbeeld niet uit eten kunnen).
    • Een diëtist met verstand van autisme kan je mogelijk helpen.
    • Vermijd voedingsstoffen waar je klachten van krijgt, zoals suiker of tarwe.

Nog wat algemene tips bij (het voorkomen van) overprikkeling:

  • Plan goed en stel prioriteiten. Veroordeel jezelf niet als je te veel hebt gedaan en overprikkeld bent, maar leer ervan.
  • Probeer één ding tegelijk te doen en niet te multitasken. Leg je telefoon bijvoorbeeld weg als je tv aan het kijken bent.
  • Beweeg om uit je hoofd en in je lijf te komen en om je lichaam sterker te maken.
  • Rust op tijd. Ga even zitten of liggen op de bank zonder iets te doen. Bij ernstige overprikkeling kan je een dutje doen, maar zet wel de wekker.
  • Leg iets op je hoofd, zoals een dekentje, kussen of koud washandje (als een soort tegendruk).
  • Er bestaan speciale vesten, maar die zijn erruggg duur.
  • Zorg voor genoeg tijd waarin je alleen en/of thuis bent.
  • Zoek de natuur op of een andere rustige omgeving.
  • Soms kun je een stappenplan maken voor prikkelrijke situaties. Je kan bijvoorbeeld al een keertje eerder gaan kijken om alvast de ruimte met al zijn prikkels waar te nemen zonder gelijk iets te moeten doen.
  • Lees het boek ‘Overprikkeling voorkomen’ en krijg inzicht en handvatten voor jouw specifieke prikkelgevoeligheid.
  • Sommige medicatie, zoals antipsychotica, kunnen helpen bij drukte in je hoofd (gedachten zijn interne prikkels).

Gevoeligheid voor prikkels zie je niet alleen bij autisme, maar ook bij bijvoorbeeld een burn-out en niet aangeboren hersenletsel (NAH). Het is fijn als mensen uit je omgeving rekening met je kunnen houden of je begrijpen. Om ze overprikkeling een beetje te kunnen laten ervaren, kan je ze filmpjes laten zien zoals deze.

Verder bestaat er misofonie; een aandoening waarbij geluiden of bewegingen gevoelens van woede en walging opwekken. Daar zal ik nog eens een aparte blog over schrijven, maar volgende week blog ik eerst nog over onderprikkeling.

Hoe voorkom jij dat je overprikkeld raakt?

Advertenties

Bloggers

A
Anything Maureen
Aspergers, a journey of discovery…
Autibox
Autileven
Autinurs
Autismebogger
A-typist
B
Bijzonder meisje
C
Cindy Doff
H
Het leven van een jonge vrouw met Asperger
I
Ijskastmoeder
Ik si mij
Intens en zo
L
Lauren Hannah
M
Madelon Wonink
Mijn leven met ASS
My sig
O
Over leven met autisme
T
The perks of having a dead brother
Toeps

Boeken

Informatief:
Asperger’s and girls – Tony Attwood and Temple Grandin
Aspergirls – Rudy Simone
Autibiografie – Nicole Jacobs – van den Hurk
Autisme en ADHD in één persoon – Josine Bouwmans
Autisme in kaart – Marianne Geboers
Backpack met veren; de impact van autisme op mijn leven – Rianne Schouten
Dramaqueen of gewoon autisme – Marije van Dongen
Een echt mens; autobiografie van een autist – Gunilla Gerland
Een leven lang anders – Sigrid Landman
Handboek voor aspergervrouwen – Liane Holliday Willey
Het autistische brein; voorbij het spectrum denken – Temple Grandin
Ijskastmoeder – Janneke van Bockel
Ik ben niet vreemd, ik heb autisme – Ellen van Gelder
Ik wil niet meer onzichtbaar zijn – Birsen Basar
Meisjes en vrouwen met Asperger – Tony Attwood
Mijn autisme – Fabienne Hendriks
Moederen met autisme – Sigrid Landman
Niet ongevoelig – Henny Struik
Snap je wat ik bedoel? – Arie van Wijhe
Uitlegmoeder – Janneke van Bockel
Van een andere planeet – Dominique Dumortier
Vrouwen met autisme – Bronja Prazdny

Roman:
Zondagskind – Judith Visser

Gedichten:
Autisme; schaduw tussen grijs en wit  – Vicky Potters

Kinderboek:
Mijn zus heeft autisme – Eline Kaptein

 

Welke therapie heb je gehad?

Bij deze neem ik je mee op reis door mijn therapiegeschiedenis. Het laat zien dat het allemaal niet zo eenvoudig is en een bepaalde therapie nooit de oplossing voor ‘alles’ is.

Vanaf 2000 zat ik slecht in mijn vel, was ik vaak bang en ontwikkelde ik steeds meer dwanghandelingen. In 2004, toen ik zeventien was durfde ik pas om hulp te vragen. Ik herkende me wel erg veel in de symptomen van een depressie en dwangstoornis (lang leve internet). Bij GGZ Breburg kreeg ik gesprekken met een psycholoog om onder andere te werken aan mijn zelfbeeld en mijn vele regels rondom eten.

Ik woonde nog thuis dus had ook gezinsgesprekken met een systeemtherapeut. Het is essentieel dat je ouders, broers en zussen worden betrokken bij een behandeling. Je kan wat je leert in therapie anders niet goed toepassen in de praktijk. Je hebt ook steun nodig en voor gezinsleden is soms hulp gewenst.

Toen ik in 2006 psychologie ging studeren, had ik goede moed. Ik stopte mijn behandeling, maar al snel werd ik weer depressief en ik was ontzettend angstig en onzeker. GGZ verwees me door naar De Viersprong. Daar werd ik getest op persoonlijkheidsproblematiek, maar omdat ik te veel dwang had, moest ik daar eerst aan werken. Ik werd doorverwezen naar een kliniek voor angst en dwang in Venray (2007). Daar kreeg ik cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik kreeg inzicht in mijn gedachten en gedrag en ging angsten aan. Mijn dwang werd echter niet minder. Wel was het heel heilzaam om lotgenoten te leren kennen. Ik was niet de enige ‘gek’. Na een opname van een half jaar (de weekenden ging ik naar huis), verliet ik de kliniek.

Thuis deed ik een suïcidepoging. Die slaagde niet, zoals je kunt raden. :p Ik belande even op de PAAZ, waar ik geen herinneringen meer van heb. Een Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis is een afdeling van een ziekenhuis waar zorg wordt geboden aan mensen met een psychiatrische aandoening.

Toen ging ik terug naar de Viersprong. Tien maanden (2008) werd ik in groepsvorm behandeld voor een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis. We kregen schematherapie. In het weekend ging ik naar huis, maar in de kliniek was ik dag en nacht onder de mensen. Dat trok ik niet. Alle problemen van mijn kliniekgenoten trok ik me erg aan. Ik sliep amper, want kon de vele prikkels niet verwerken. Ik was doodop en kon in therapie mijn ogen amper open houden. Wel heb ik waardevolle vriendschappen overgehouden uit deze tijd en zag ik in hoe streng en onaardig ik voor mezelf was. Ook heb ik geleerd dat een behandelaar niet alwetend is en een blinde vlek kan hebben, dus dat je kritisch moet blijven als client en niet te adhankelijk moet worden.

Ik werd vervolgens doorverwezen voor dagbehandeling bij een groep met mensen met een borderlinepersoonlijkheidsorganisatie (niet: de persoonlijkheidsstoornis). Dan ontbreekt er een geïntegreerd beeld van jezelf. Ik voelde me daar helemaal niet thuis. Ik had inmiddels al wat therapie-ervaring en was meer therapeut dan cliënt. Het lukte niet om er voor mezelf te zijn en ik stopte al snel om niet weer overspannen te raken (2009).

Ik ging zelf op zoek naar iemand die me kon helpen en vond een integratief psychotherapeut (2010). Met haar werkte ik aan mijn zelfbeeld en kreeg ik hypnotherapie (een hypnotische staat wordt opgewekt als therapeutisch middel). Ze (h)erkende dat ik hoogsensitief was en probeerde me daar mee om te laten gaan. Zie mijn blog over HSP versus de gevoeligheid van mensen met autisme.

In 2010 begin ik ook met mijn studie psychologie. En NEE dat was geen vorm van zelfhulp! Mensen die dat denken, denken aan klinische psychologie, terwijl de opleiding veel breder is dan dat. Wetenschap is geen therapie. Ik kwam veel uitdagingen tegen in mijn studie, maar die hadden niet met de inhoud van de vakken te maken.

In 2011 had ik voor het eerst een vriend. In die tijd ben ook een paar keer naar een seksuologe gegaan. Onder andere om te leren uit mijn hoofd en in mijn lijf te komen. In 2011 kreeg ik ook een onderzoek naar AD(H)D bij PsyQ te Tilburg, maar ik had volgens mijn ouders geen kenmerken als kind. Dan krijg je de diagnose niet. Ik vermoedde autisme, maar de psychiater wuifde dat van tafel omdat ik niet fladderde (hoe jaar blok kan je zijn). Ik kreeg wel LENS-neurofeedback waarbij een elektromagnetische prikkel aan je hersenen wordt gegeven om verstoorde hersenactiviteit te corrigeren.

Maar mijn leven bleef zo beheerst door dwang. Ik ging naar het AMC (2013) en kreeg daar gedragstherapie voor skin-picking en trichotillomanie; dwangmatig huidpulken en haren trekken. Misschien dat het ietsjepietsje heeft geholpen en deed ik het iets minder vaak en grof, maar de enorme onrust die aan dit gedrag ten grondslag lag is niet minder geworden.

Na het AMC ging ik na een particuliere psychiater in Tilburg (2014) en ging ik naar een ervaringsdeskundige coach voor mijn dwangmatigheid. Ik voelde me maar een moeilijk patiënt omdat ik steeds zo weinig vooruitgang boekte (terwijl ik me voor 200% inzette). Ik was ook moe van mezelf en van het praten over mezelf. Ik had zelfinzicht genoeg.

Ik ging in 2015 een experimentele behandeling doen: rTMS (repetitieve Transcraniële Magnetische Stimulatie). Magneten zouden de communicatie tussen mijn hersengebieden verbeteren waardoor de dwang zou afnemen. Er veranderde echter niets. Weer een teleurstelling! Toch was die behandeling niet voor niets, want zowel de neuropsycholoog als psycholoog kwamen met ‘heb jij geen autisme?’.

Ik ging erover lezen en liet me onderzoeken bij Mentaal Beter (2015). En jahoor, na tien jaar therapie voor andere diagnoses, kreeg ik een autismediagnose. Ik was zo opgelucht. ALs ik dit eerder had geweten, had ik vast niet zoveel therapie hoeven hebben.

Bij Mentaal Beter konden ze me verder niet helpen dus ging ik naar afdeling autisme van GGZ Breburg (2016). Terwijl ik op de wachtlijst stond, kreeg ik ondersteuning van de psycholoog bij de huisarts. Bij GGZ kreeg ik psycho-educatie, psychomotorische/lichaamsgerichte therapie, arbeidscoaching, EMDR, communicatietraining en CGT. Ik heb onder andere geleerd beter mijn grenzen te bewaken en voorbij diagnoses en stoornissen te kijken.

Verder slik ik al jaren medicatie, heb ik menig zelfhulpboek gelezen, beoefen ik mindfulness en heb ik sinds ik op mezelf woon begeleiding middels een pgb. Mijn begeleidster helpt mij toe te passen wat ik in therapie leer, laat me kritisch kijken naar of de therapie wel iets doet en ziet het gehele proces dat ze me al jaren kent. Een psycholoog of psychiater zie je maar voor een bepaalde tijd.

Best veel allemaal, of niet? Niet gek dat ik therapiemoe ben. Over het algemeen kost therapie me meer energie dan dat het me iets oplevert, maar dat weet je altijd pas achteraf. Vooraf heb ik altijd hoop. Ik wil gewoon zo graag een beter en makkelijker leven. Op de een of andere manier blijf ik maar overleven. Iedere dag moet ik weer alle moed bij elkaar rapen om door te komen.

Als kind had ik me mijn leven anders voorgesteld: een baan, een man, kinderen en een eigen huis met zwembad en tennisbaan 😀 . Maar het is zoals het is. Ik heb nog nooit een reguliere baan gehad maar eigenlijk  is therapie is ook werk.

Wel zie ik tegenwoordig gelukkig beter wat er goed/mooi/leuk is; dat ik lieve mensen ken, dat ik kwaliteiten heb, dat er leuke dingen zijn. Dat dat maar mag overheersen. En niks is voor niks geweest. Aan alle therapie heb ik wat gehad. Ik waardeer het altijd als iemand een tijdje met mij mee reist, zichzelf inzet voor mijn welzijn. Maar een ander kan je nooit redden. Je moet hebt toch zelf doen.

Ik denk dat het nu vooral tijd is voor accepteren zoals het is. Ik wil even niet veranderen. Even geen reguliere therapie meer voor mij. Dat is de stap die ik ga maken in mijn weg naar herstel. Wat ik wel graag nog eens wil proberen is haptonomie. Deze alternatieve geneeswijze is mij al door verschillende mensen aangeraden. Je weet maar nooit wat het brengt.

Wat zijn jouw positieve en negatieve ervaringen met therapie?

Kijken

Nederlandse filmpjes:
Judith Visser over haar boek – Pauw
Monique heeft autisme, is ondernemer en kwam hierdoor uit de Wajong – Monique Post
Open zijn over je autisme op je werk – Karin van den Bosch
Rijker met autisme – Peter Riemslag Baas
Wat helpt Monique in haar leven met autisme? – Monique Post
Ziet autisme er bij meisjes anders uit? – Autismetv

Engelse filmpjes:
22 Things a woman with asperger’s wants her partner to know – Rudy Simone
Alix Generous and the power of the mind – The Feed
Are you autistic – Channel 4 Documentary 
Autism in females – Tony Attwood
Changing the face of autism: autism in females
Experience autism through Carly’s eyes – Carly Fleischmann
The chameleons: women with autism – The Feed

Films:
Jane wants a boyfriend (trailer)
Mozart and the whale (trailer)
Temple Grandin (trailer)

Hoe ga je om met eenzaamheid?

De behoefte aan contact verschilt per persoon, dus hangt het daarvan af of je je eenzaam voelt of niet. Dat kan iemand alleen zelf voelen en het is dus niet zichtbaar voor anderen. Iemand met veel vrienden kan toch eenzaam zijn omdat hij geen verbondenheid voelt. Of iemand met maar één vriend, kan daar genoeg aan hebben.

Bijna iedereen voelt zich wel eens eenzaam en dus is het een heel menselijk gevoel. Je weet dat dat gevoel voorbij gaat. Als de eenzaamheid gaat overheersen, wordt het een probleem. Relaties met familieleden, vrienden, collega’s en kennissen zijn belangrijk in het dagelijks leven en dragen bij aan het gevoel van een betekenisvol en prettig leven.

Er bestaan verschillende soorten eenzaamheid:

  • Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één of meerdere personen. Meestal gaat het om een levenspartner.
  • Sociale eenzaamheid gaat om minder contact hebben met andere mensen dan je wenst. Denk aan het missen van vrienden, kennissen of collega’s. Het sociaal netwerk biedt niet zoveel als je zou willen.
  • Bij existentiële eenzaamheid gaat het over zingeving. Je weet je rol niet in het leven en ervaart een gevoel van zinloosheid.
  • Bij sociaal isolement heeft iemand weinig of geen contacten en is dus alleen. De kans op eenzaamheid is groot als je geen netwerk hebt.

Eenzaamheid komt voor onder alle lagen van de bevolking en bij elke leeftijd. Van mensen met autisme hoor ik ook vaak dat ze eenzaam zijn. Voor hen is het maken en onderhouden van sociale contacten lastig en vermoeiend. Onderzoek laat zien dat ongeveer 60% nauwelijks contacten heeft met leeftijdgenoten. Daarnaast heeft 60% van de volwassenen met autisme geen levenspartner. Terwijl die behoefte er wel is.

Wat is belangrijk bij het creëren en behouden van een sociaal netwerk?

  • Een training sociale vaardigheden kan handig zijn. Mij heeft het handvatten gegeven, zodat ik iets minder onzeker ben over wat te doen en zeggen.
  • Leren omgaan met sociale angst is belangrijk. Bij mij helpt mindfulness. Ik (h)erken mijn angst en voel de signalen in mijn lijf. Ik spreek het eventueel naar iemand uit om het te delen.
  • Werken aan een beter zelfbeeld. Het helpt namelijk niet om te denken dat niemand op jou zit te wachten.
  • Via social media kun je online contact hebben en kun je mensen vinden om in het echt mee af te spreken.
  • Vraag mensen om hulp bij bijvoorbeeld je huishouden. Dan doe je iets samen. Andersom kun je weer iets terugdoen, zoals oppassen.
  • Geef aan wat je nodig hebt. Ben je bijvoorbeeld iemand die zich snel terugtrekt en moeilijk initiatief neemt, vraag dan of iemand je af en toe een zetje geeft.
  • Zorg voor passende en zinvolle tijdinvulling van je dag (werk, vrijwilligerswerk, dagbesteding, hobby’s). Daar kom je mensen tegen. Je kan niet met iedereen een klik hebben, maar dat hoeft ook niet.
  • Een maatje kan fijn gezelschap zijn en kan helpen bij het ontmoeten van weer andere mensen. Dat kan bijvoorbeeld via Humanitas.
  • Zie ook mijn blog met tips voor vriendschappen.
  • Bij mij is mijn hondje een verbindende factor met andere mensen. Op straat word ik aangesproken en ik ga makkelijker op bezoek bij familie nu ik een hondje bij me heb als focuspunt.
  • Financiële middelen hebben voor het doen van activiteiten. Veel mensen met autisme hebben een laag inkomen. Soms verstrekt de gemeente geld om leuke dingen te doen. In Tilburg heb je bijvoorbeeld de meedoenregeling. Verder kan je eens je uitgaven in kaart brengen. Wie weet kan je ergens besparen en dat geld bewaren voor sociale activiteiten.
  • Als je er zelf niet uitkomt, kun je naar de huisarts. Die kan je doorverwijzen naar bijvoorbeeld een psycholoog.

Daarnaast is het belangrijk je eenzaamheid te erkennen en het gevoel te leren verdragen. Vecht er niet tegen. Je hoeft je er niet voor te schamen. Het kan ook helpen om het even met iemand te delen. Weet je niemand te vinden, dan zijn er hulplijnen zoals Sensoor.

Langdurige eenzaamheid is niet iets om te negeren, want je kan depressief worden. Verder vind ik het belangrijk dat als je psychische problemen hebt of een andere neurodiversiteit zoals autisme, dat je dat niet verstopt. Dan maak je namelijk niet echt verbinding met iemand en kan je je nog eenzamer voelen. Iets niet verbergen is overigens niet hetzelfde als het er de hele tijd over hebben. Eenzaamheid kan ook je fysieke gezondheid schaden en kan maatschappelijke gevolgen hebben.

Ik zelf heb familie en een aantal vrienden die ik een paar keer per jaar zie, maar die ik graag vaker zou zien. Mijn beperkte energie is een belemmering en anderen hebben het vaak druk of wonen ver weg. Wat ik soms mis, is een liefdesrelatie. Ik hoop dat er nog eens iemand op mijn pad komt waar ik mijn (dagelijks) leven mee kan delen. Dan heb je niet zo’n drempel als bij contact met vrienden en familie.

Als ik niet goed in mijn vel zit, voel ik me eenzaam. Ik kan me ook minderwaardig voelen en moet oppassen voor zelfstigma. Dan trek ik me terug omdat ik bang ben dat familie en vrienden niets aan mij hebben. Kennismaken met nieuwe mensen vind ik spannend. Bovendien ben ik dan bang voor stigma en vooroordelen over autisme.

Wat ik wil leren is minder op social media zitten. Als ik alleen thuis ben, wil ik niet constant op mijn telefoon kijken of ik een berichtje of like krijg. Ik wil me focussen op mijn activiteiten en als ik me eenzaam voel is het voor mij de kunst om dat te accepteren en verdragen en eventueel om met iemand contact te maken. Verder is het een kunst om vriendschap te sluiten met mezelf. Andere mensen zijn er niet om op te vullen, maar om aan te vullen.

Voor deze blog maakte ik gebruik van de website www.eenzaam.nl. Daar vind je ook activiteiten. Ben jij wel eens eenzaam en hoe ga je daarmee om?

Wat zijn routines en rituelen?

Routines en rituelen zijn vaak zo gewoon dat je je er niet bewust van ben. Heb ik ze nou wel of niet? Een routine is een standaardvolgorde van hoe een (deel van de) dag verloopt. Het gaat om wanneer je iets doet; op een bepaalde tijd of op in een bepaalde volgorde. Denk aan een avondritueel voor je gaat slapen.

Ik heb vaste tijden voor opstaan, naar bed gaan, eten en het uitlaten van mijn hondje. Altijd, dus ook op vakantie of een feestdag. Dat gaat goed omdat ik alleen woon. Er is in principe geen probleem met mijn routines, maar het gaat mis als iemand anders die routine doorbreekt. Ik wil bijvoorbeeld niet afspreken om één uur, omdat ik dan lunch. Of als ik bezoek heb, wil ik toch mijn hondje uitlaten als het uitlaattijd is. Dan gaat het bezoek bijvoorbeeld mee wandelen.

Ook heb ik vaste dagen voor sporten en het huishouden. Dat is voor mij een stok achter de deur om die dingen ook echt te doen. Ik moet wel nog leren daar af en toe van af te wijken. Het is niet handig om te gaan sporten als je ziek bent bijvoorbeeld :s

Mezelf aanpassen, vind ik moeilijk. Het lukt me soms wel om iets eerder of later te eten als ik anders niet uitkom met mijn planning. Iets later naar bed gaan of het hondje iets eerder uitlaten kan wel. Daar gaat wel veel denken en plannen aan vooraf. Ik moet het als het ware eerst goedpraten/verantwoorden.

Ik vind het gewoon lastig als iets anders gaat dan gewend. Dan heb ik geen gevoel van controle. Toen ik mijn hondje bijvoorbeeld net had, raakte ik overbelast omdat taken rondom haar nog niet routineus waren. Het zindelijk maken was een ramp voor mij omdat het niet op mijn tijd ging, maar op haar tijd. Ik stond soms bijvoorbeeld een uur buiten omdat ze niet ging plassen terwijl ik vond dat het plastijd was. Pas toen ze zindelijk was en ik vaste uitlaattijden kon hanteren, kwam ik tot rust.

Ook mensen zonder ASS vinden het soms lastig als iets anders gaat dan gepland, maar doorgaans raken ze hier niet van slag van. Het kost minder energie om een aanpassing te doen. De batterij raakt niet leeg zoals bij iemand met ASS. Ik maak ook fouten als ik afgeleid wordt. Zo deed ik eens mijn voordeur open tijdens mijn weggaanritueel, ik zag de buurman, begroette hem en ging toen naar buiten zonder huissleutel.

Voor anderen zijn mijn routines wel eens vervelend. Vooral bij het uit eten gaan, omdat ik ook dan gehecht ben aan mijn eigen tijd. Ik voel me er vaak schuldig om. Het is niet bedoeld om mijn zin door te drijven, maar afwijken van een tijd geeft te veel onrust en brengt mijn dagschema in de war. Andersom kun je van mij op aan wat afspraken betreft. Ik ben altijd op tijd.

Volgens Annelies Spek houden mensen met ASS zich niet voor niets vast aan routines. Voor hen is de wereld onvoorspelbaar. Wat gaat er gebeuren en wanneer? Welk gedrag wordt er dan verwacht? Allerlei opties worden nagegaan in het hoofd. Denkendenken in plaats van aanvoelen. Wanneer de volgorde van dingen vooraf vastligt, scheelt dit bij keuzestress. Routines geven voorspelbaarheid en duidelijkheid en dus rust.

Naast routines zie je bij mensen met ASS rituelen. Een ritueel wil zeggen dat je iets op een bepaalde manier doet. Mensen zonder ASS hebben ook rituelen, maar met een sociaal doel. Bijvoorbeeld samen eten met kerst om weer eens goed bij te praten. Bij mensen met ASS zie je bovendien dat ze ontregelt raken als het ritueel anders verloopt. Het kan hun hele dag verpesten.

Net als een routine, geeft een ritueel duidelijkheid. Omdat iets op een bepaalde manier verloopt, hoef je er niets steeds over na te denken. Dat geeft rust. Ik vind thuiskomen bijvoorbeeld stressvol omdat ik te veel dingen moet doen dus heb ik een vaste volgorde. Dan hoef ik er niet steeds over na te denken: deur dicht, jas uit, schoenen uit, sleutel op vaste plek leggen, mijn hondje begroeten en dan landen. Dit heeft ook te maken met dat mensen met ASS zich erg bewust blijven van hun handelingen omdat het minder automatiseert.

Ook bij zelfzorg zoals douchen kun je bepaalde rituelen hebben. Ik vind het bijvoorbeeld lastig om een haarmasker te gebruiken omdat dat geen vast onderdeel is van mijn doucheritueel. Een haarmasker is maar af en toe nodig. Ik moet dat dan heel bewust plannen en heb daar echt spanning bij. Ik voel me dan opgejaagd.

Soms lijkt een ritueel op een dwanghandeling, maar als er sprake is van een dwangstoornis is er ook angst. Door een bepaalde handeling uit te voeren, wordt de angst als het ware bezweert. Het gaat dus niet om creëren van overzicht zoals bij ASS. Ik kijk bijvoorbeeld iedere dag in de brievenbus, ook op zondag of een feestdag (hoort bij mijn dag) maar ben doodsbang om mezelf buiten te sluiten dus controleer regelmatig of mijn sleutel wel echt in mijn jaszak zit voor ik de voordeur achter me dichttrek (angst). Zie ik mijn blog over mijn dwanghandelingen.

Andere voorbeelden van rituelen die ik heb zijn mijn kleren klaarleggen volgens een bepaalde volgorde (zoals ik ze aantrek). Of dat ik ontbijt met ontbijtgranen en lunch met brood. Ook doe ik graag vroeg in de avond mijn pyjama aan. Daarna kan ik pas tv kijken. Tegenwoordig wil ik dat eigenlijk niet meer omdat ik om elf uur nog mijn hondje uitlaat en dat niet in pyjama wil doen, maar het lukt me niet om de avond door te brengen in mijn gewone kleren. Dan ben ik onrustig. Dus doe ik nu een huispak aan. Met mijn jas erover durf ik toch mijn hondje uit te laten. Over het algemeen heb ik geen rituelen die me erg hinderen. De kunst is om rituelen niet te lang te laten duren.

Routines en rituelen kunnen ook een duwtje geven om gedrag uit te voeren dat anders moeilijk lukt omdat mensen met ASS moeite hebben met executieve functies. Ik denk dat routines en rituelen ook een andere functie hebben: overprikkeling voorkomen. Je aandacht is gericht op jezelf en geeft een focuspunt. Dan sluit je de drukke buitenwereld even buiten. Even in je eigen bubbel.

Mijn routines en rituelen zijn mijn houvast, mijn structuur. Ik neem ze allemaal op in mijn planning. Ik schrijf bijvoorbeeld letterlijk op mijn dagplanning ‘kleren klaarleggen’. Ik streep het af als ik het gedaan heb. Routines en rituelen houden mij bovendien staande als ik depressief ben. Zo behoud ik mijn dagstructuur, ondanks dat ik gevoelsmatig geen energie en motivatie heb voor de dag. Autisme heeft dus zo zijn voordelen. 😉

Wel mis ik soms het gevoel van ‘leven’ met spanning en sensatie. Ik wil graag leuke dingen ondernemen, maar doe ze toch vaak niet omdat ze mijn routines verstoren. Dat is erg jammer.

Hebben jullie routines en/of rituelen?